Officieel afschrift (carbonkopie) van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift (carbonkopie) van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, paars stempel:] Nº 39/65/15
[Midden boven, paars stempel:] M. 1942 20/5
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw potlood:] MW. [en paraaf/handtekening:] HMuijser(?)
Afschrift
No. 223 L. M. 193 42
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat het gewenscht is, de aan Eliazer Abrahams,
geboren 14 Augustus 1915, wonende Transvaalkade 117 bij beschikking
d.d. 17 Mei 1940, No. 5/224 B.W. verleende vergunning tot het innemen
van een vaste standplaats, ten verkoop van haring en zuurwaren op
den openbaren weg, den vleugel van de brug over de Singelgracht
voor het Weesperplein, aan de zijde van de Andrieszkade, in te trek-
ken;
Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunning bij deze, gerekend
te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [paars stempel]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel] Dit document is een treffend voorbeeld van de 'bureaucracie van de uitsluiting' tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Datering: Het besluit is genomen in april 1942, maar gaat met terugwerkende kracht in op 13 januari 1942. Dit was de periode waarin de economische uitsluiting van Joden in Amsterdam werd versneld.
* Ondertekening: Het document is ondertekend (gestempeld) door Edward Voûte, de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam, en gemeentesecretaris J.F. Franken.
* De betrokkene: Eliazer Abrahams woonde aan de Transvaalkade, een buurt met een grote Joodse populatie. De handel in "haring en zuurwaren" was een traditioneel Joodse beroepsgroep in Amsterdam.
* Terminologie: De vage formulering "dat het gewenscht is" verhult dat de intrekking gebaseerd was op de anti-Joodse verordeningen van de bezetter, die Joden verboden om nog langer straathandel te drijven of standplaatsen te bezetten. Het document markeert een specifieke stap in de rechteloosmaking van de Joodse bevolking. Vanaf begin 1942 mochten Joden geen marktplaatsen of straathandel meer drijven in 'Arische' delen van de stad. De genoemde locatie (bij het Weesperplein) viel buiten de toen aangewezen Joodse markten.
Eliazer Abrahams, de man wiens vergunning hier wordt ingetrokken, werd beroofd van zijn middelen van bestaan. Uit historische bronnen (Joods Monument) blijkt dat Eliazer Abrahams op 9 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit schijnbaar banale administratieve document vormde voor hem een vroege stap in de richting van de deportatie en de Holocaust. J.F. Franken