Afschrift van een besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een besluit (beschikking) van de Burgemeester van Amsterdam. 25 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven in blauw:] 39/65/24
[Gedrukt:] Afschrift
[Erboven handgeschreven:] 223
[Getypt:] No. L. M. 194 2.
[Midden boven, handgeschreven in blauw:] 28/5
[Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven:] Mw.
[Handgeschreven handtekening/paraf:] Amueller
[Kleine rode ronde stempel met een gestileerde 'W']
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Marcus Haringman,
geboren 19 Maart 1885, wonende Laanweg 43 I, bij beschikking d.d.
14 Maart 1940, No. 5/966 L.M.'39 verleende vergunning tot het inne-
men van een vaste standplaats ten verkoop van fruit, koek, choco-
ladeartikelen, verpakte druks, alcoholvrije dranken en tabaksarti-
kelen op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van den Buikslo-
terweg, nabij het gebouw van de Bataafsche Petroleum Maatschappij,
bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
[Klein getypt:] vM
Amsterdam, 25 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [in paars gestempeld/getypt]
[Linksonder gedrukt:] K 350 Dit document betreft de officiële intrekking van een marktvergunning tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vergunning was oorspronkelijk verleend op 14 maart 1940, vlak voor de invasie. De houder, Marcus Haringman, mocht een kraam exploiteren aan de Buiksloterweg in Amsterdam-Noord, nabij het hoofdkantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (de latere Shell).
Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: het besluit is genomen op 25 april 1942, maar gaat in per 13 januari 1942. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. De afkorting "L.M." in het kenmerk staat waarschijnlijk voor de afdeling 'Marktwezen'. De historische context van dit document is schrijnend. Marcus Haringman (geboren 1885) was een Joodse Amsterdammer. In de loop van 1941 en 1942 vaardigde de bezetter steeds strengere anti-Joodse maatregelen uit om Joden volledig uit het economische en openbare leven te weren.
Begin 1942 werd het proces van de zogenaamde 'Arisering' en het intrekken van vergunningen voor Joodse ondernemers en straathandelaren geïntensiveerd. De datum van 13 januari 1942 in dit document valt samen met de periode waarin de eerste grote groepen Joodse mannen naar werkkampen werden gestuurd en de administratieve voorbereidingen voor de massale deportaties in volle gang waren.
Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Marcus Haringman inderdaad het slachtoffer is geworden van de Holocaust; hij werd in 1942 gedeporteerd en is vermoord in Auschwitz. Dit document is een administratief bewijsstuk van de wijze waarop de Joodse bevolking systematisch van hun middelen van bestaan werd beroofd voordat zij fysiek werden afgevoerd.