Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 30 april 1942 (het besluit werkt terug tot 13 januari 1942). [Stempel linksboven:]
№ 39/65/25 M. 1942 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 193- 2
[Handgeschreven rechtsboven:]
Inv.
[Onleesbare handtekening/paraaf]
[Midden: Wapen van Amsterdam]
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Sara Biet-Schelvis, geboren 7 Maart 1894,
wonende Ten Katestraat 32 I, bij beschikking dd. 11 December 1939, no.
764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats,
ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, den rijweg van de
Jan Evertsenstraat, t/o perceel 72, bij deze, gerekend te zijn ingegaan
13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 30 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [paars stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel] Dit document is een zakelijke en bureaucratische kennisgeving van het intrekken van een broodwinning. Enkele opvallende kenmerken:
* Retroactieve werking: Hoewel het document gedateerd is op 30 april 1942, wordt de vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken per 13 januari 1942. Dit suggereert dat de handel op dat moment feitelijk al gestopt was of dat men de administratieve uitsluiting wilde versnellen.
* Ondertekening: De documenten zijn ondertekend namens Edward Voûte, de door de Duitse bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. De toevoeging "(get.)" staat voor 'getekend', wat aangeeft dat dit een getypt afschrift is van het originele besluit.
* Specificiteit: De details zijn zeer nauwkeurig (geboortedatum, adres, exacte locatie van de standplaats), wat kenmerkend is voor de grondige Amsterdamse administratie, die tijdens de bezetting op grote schaal werd ingezet voor de vervolging. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Anti-Joodse maatregelen: Vanaf 1941 voerden de bezetters, met medewerking van het Amsterdamse stadsbestuur onder Voûte, wetten in die Joden verboden deel te nemen aan de openbare handel en markten. Sara Biet-Schelvis was een Joodse vrouw. Haar achternaam Biet-Schelvis is kenmerkend Joods-Amsterdamse namencombinatie (Schelvis was een veelvoorkomende naam onder Joodse visverkopers).
* Het lot van de betrokkene: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Sara Biet-Schelvis (geboren 7 maart 1894) de oorlog niet heeft overleefd. Zij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz, slechts vijf maanden nadat dit document werd opgesteld.
* Bureautische uitsluiting: Voordat de fysieke deportaties naar de kampen op grote schaal begonnen (zomer 1942), werden Joodse Amsterdammers eerst beroofd van hun rechten en middelen van bestaan. Dit document toont hoe de gemeente Amsterdam instrumenteel was in dit proces van ontheutseling.