Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 231
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam.

25 april 1942.

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam. 25 april 1942. [Linksboven, handgeschreven:] 39/65/39
Afschrift
[Handgeschreven, doorgehaald:] 223
No. 2. L. M. 194

[Midden boven, handgeschreven:] 28/5
[Wapen van de stad Amsterdam]

[Rechtsboven, handgeschreven initialen en handtekening in blauw krijt/inkt]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan

Samuel H a m e l ,

geboren 3 Januari 1917, wonende Nieuwe Batavierstraat 7, bij beschik-
king d.d. 15 Januari 1942, No.5/4 L.M. -1942- verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van consumptie-
ijs en alcoholvrije dranken op den openbaren weg, het verhoogde mid-
dengedeelte van de Prins Hendrikkade, tegenover perceel 68, bij deze,
gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM

Amsterdam, 25 April 1942.

De Burgemeester voornoemd,

(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de intrekking van een ventvergunning die slechts drie maanden eerder, op 15 januari 1942, was verleend aan Samuel Hamel.

De vergunning gaf Hamel het recht om ijs en alcoholvrije dranken te verkopen op een specifieke locatie aan de Prins Hendrikkade. Opvallend is dat de intrekking, gedateerd op 25 april 1942, met terugwerkende kracht effectief wordt gemaakt vanaf 13 januari 1942 — twee dagen vóór de officiële datum van de oorspronkelijke vergunningverlening. Dit wijst op een administratieve "correctie" of een onmiddellijke beëindiging van zijn handelsactiviteiten zodra de bezettingsmaatregelen strikter werden toegepast. Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samuel Hamel was een Joodse Amsterdammer. Zijn adres, de Nieuwe Batavierstraat 7 in de toenmalige Jodenbuurt, bevestigt dit.

Vanaf 1941 en zeker begin 1942 voerden de Duitse bezetters, met medewerking van het collaborerende stadsbestuur onder burgemeester Edward Voûte, een reeks verordeningen in om Joden uit het economische leven te bannen. Het intrekken van standplaats- en ventvergunningen was een beproefde methode om Joodse kleine ondernemers hun bron van inkomsten te ontnemen.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Samuel Hamel inderdaad slachtoffer is geworden van de Holocaust. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz, slechts vijf maanden na de dagtekening van dit document. De intrekking van zijn vergunning was een van de vele bureaucratische stappen die voorafgingen aan zijn uiteindelijke deportatie en dood.

Samenvatting

Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de intrekking van een ventvergunning die slechts drie maanden eerder, op 15 januari 1942, was verleend aan Samuel Hamel.

De vergunning gaf Hamel het recht om ijs en alcoholvrije dranken te verkopen op een specifieke locatie aan de Prins Hendrikkade. Opvallend is dat de intrekking, gedateerd op 25 april 1942, met terugwerkende kracht effectief wordt gemaakt vanaf 13 januari 1942 — twee dagen vóór de officiële datum van de oorspronkelijke vergunningverlening. Dit wijst op een administratieve "correctie" of een onmiddellijke beëindiging van zijn handelsactiviteiten zodra de bezettingsmaatregelen strikter werden toegepast.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samuel Hamel was een Joodse Amsterdammer. Zijn adres, de Nieuwe Batavierstraat 7 in de toenmalige Jodenbuurt, bevestigt dit.

Vanaf 1941 en zeker begin 1942 voerden de Duitse bezetters, met medewerking van het collaborerende stadsbestuur onder burgemeester Edward Voûte, een reeks verordeningen in om Joden uit het economische leven te bannen. Het intrekken van standplaats- en ventvergunningen was een beproefde methode om Joodse kleine ondernemers hun bron van inkomsten te ontnemen.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Samuel Hamel inderdaad slachtoffer is geworden van de Holocaust. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz, slechts vijf maanden na de dagtekening van dit document. De intrekking van zijn vergunning was een van de vele bureaucratische stappen die voorafgingen aan zijn uiteindelijke deportatie en dood.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6