Afschrift van een burgemeestersbesluit (beschikking).
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit (beschikking). Nº 39/65/64 M. 1842 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Philip van Lochum, geboren 15 Juni 1908, wonende Rapenburgerstraat 22, bij beschikking dd. 11 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning, tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Eerste van Swindenstraat, voor de scheiding van de perceelen 91 en 93, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350 * Rechtsgevolg: Een eerder verleende vergunning (uit januari 1940) voor een bloemenkraam wordt formeel ingetrokken.
* Locatie standplaats: De Eerste van Swindenstraat, ter hoogte van de grens tussen de panden 91 en 93 (gelegen in de Dapperbuurt).
* Tijdsverloop: Hoewel het document gedateerd is op 12 mei 1942, wordt expliciet vermeld dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.
* Ondertekening: Het afschrift vermeldt de namen van de regeringsgetrouwe burgemeester Edward Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken. De handgeschreven initialen rechtsboven ("AvMijder") en de aantekening "LW" zijn administratieve parafen. Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Anti-Joodse maatregelen: Vanaf 1941 voerden de bezetter en het collaborerende stadsbestuur steeds strengere regels in om Joden uit het economische leven te bannen. In januari 1942 werd het voor Joden nagenoeg onmogelijk gemaakt om nog ambulante handel (zoals een marktkraam of vaste standplaats) te drijven.
- De betrokkene: Philip van Lochum was een Joodse Amsterdammer. Zijn woonadres, Rapenburgerstraat 22, bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt. De intrekking van zijn bloemenvergunning betekende de ontneming van zijn bron van inkomsten.
- Lot van Philip van Lochum: Historische bronnen bevestigen dat Philip van Lochum later is gedeporteerd. Hij is op 2 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor, samen met zijn vrouw Rebecca van Lochum-van Gelder en hun twee jonge kinderen.
- Bestuur: Burgemeester Edward Voûte werd door de bezetter aangesteld en werkte nauw samen met de autoriteiten bij de uitvoering van anti-Joodse verordeningen. Dit document laat zien hoe de gemeentelijke administratie als instrument werd gebruikt voor de vervolging.