Afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. No 39/65/65 [handgeschreven] 28/5 [handgeschreven]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Wapen van de Stad Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
S. Kloos,
wonende Burmanstraat 20, bij beschikking d.d. 17 Januari 1940,
No.764 L.M. -1939- verleende vergunning tot het innemen van een
vaste standplaats ten verkoop van haring en zuurwaren op den
openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Weesperzijde, onmiddel-
lijk tegen het hek, behoorende bij het gebouw der voormalige Konink-
lijke Nederlandsche Beijersch-Bierbrouwerij, bij deze, gerekend te zijn
ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 25 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) V o û t e
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN In dit document wordt formeel bekendgemaakt dat de vergunning van S. Kloos voor een standplaats voor de verkoop van haring en zuurwaren wordt ingetrokken. De standplaats bevond zich aan de Weesperzijde, voor het hek van de voormalige Beijersch-Bierbrouwerij (de Amstelbrouwerij). De intrekking vindt plaats op 25 april 1942, maar wordt met terugwerkende kracht van kracht per 13 januari 1942. Er wordt in het document geen specifieke reden voor de intrekking genoemd. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, wiens naam onder het document staat, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam.
De context van deze specifieke intrekking is zeer waarschijnlijk de Jodenvervolging. S. Kloos (Salomon Kloos) was een Joodse Amsterdammer. Vanaf 1941 voerden de Duitse bezetters en het collaborerende stadsbestuur een reeks maatregelen in om Joden uit het economische leven te bannen. Een van die maatregelen was het intrekken van markt- en standplaatsvergunningen van Joodse ondernemers. De datum van intrekking (januari 1942) valt samen met de periode waarin de segregatie en economische onteigening van de Joodse bevolking in Amsterdam in een stroomversnelling kwam. De Burmanstraat, waar Kloos woonde, lag in een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. J.F. Franken S. Kloos
Samenvatting
In dit document wordt formeel bekendgemaakt dat de vergunning van S. Kloos voor een standplaats voor de verkoop van haring en zuurwaren wordt ingetrokken. De standplaats bevond zich aan de Weesperzijde, voor het hek van de voormalige Beijersch-Bierbrouwerij (de Amstelbrouwerij). De intrekking vindt plaats op 25 april 1942, maar wordt met terugwerkende kracht van kracht per 13 januari 1942. Er wordt in het document geen specifieke reden voor de intrekking genoemd.
Historische Context
Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, wiens naam onder het document staat, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam.
De context van deze specifieke intrekking is zeer waarschijnlijk de Jodenvervolging. S. Kloos (Salomon Kloos) was een Joodse Amsterdammer. Vanaf 1941 voerden de Duitse bezetters en het collaborerende stadsbestuur een reeks maatregelen in om Joden uit het economische leven te bannen. Een van die maatregelen was het intrekken van markt- en standplaatsvergunningen van Joodse ondernemers. De datum van intrekking (januari 1942) valt samen met de periode waarin de segregatie en economische onteigening van de Joodse bevolking in Amsterdam in een stroomversnelling kwam. De Burmanstraat, waar Kloos woonde, lag in een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden.