Officieel afschrift van een burgemeestersbesluit.
Origineel
Officieel afschrift van een burgemeestersbesluit. [Linksboven gestempeld/geschreven:]
Nº 39/65/67 M. 2212 20/5
[Gecentreerd boven:]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Gedrukt stadswapen van Amsterdam]
[Rechtsboven handgeschreven paraaf en handtekening:]
PW
Amuy[...]en [onduidelijk]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Meyer Swelheim,
geboren 22 September 1906, wonende 3de Oosterparkstraat 10 I bij be-
schikking d.d. 26 Januari 1940, No. 764 L.M. 1939 verleende vergun-
ning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van
bloemen op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Beetho-
venstraat, tegenover perceel No.102, bij deze, gerekend te zijn in-
gegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 12 MEI 1942
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Het betreft een administratieve doorslag (afschrift) van een besluit om een marktvergunning in te trekken. De tekst is getypt op grijsachtig doorslagpapier. De datum van uitgifte (12 mei 1942) en de namen van de burgemeester en secretaris zijn met paarse inkt gestempeld. De intrekking wordt met aanzienlijke terugwerkende kracht uitgevoerd: het besluit valt in mei, maar de vergunning wordt geacht al op 13 januari 1942 te zijn vervallen. Dit duidt op een administratieve formalisering van een reeds bestaande situatie of een dwingende maatregel vanuit de bezettingsautoriteiten. Dit document is een direct bewijsstuk van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vergunninghouder, Meyer Swelheim, was Joods. Vanaf begin 1942 intensiveerde de Duitse bezetter, met medewerking van het collaborerende stadsbestuur onder burgemeester Edward Voûte, de economische uitsluiting van Joden.
Door vergunningen voor standplaatsen en winkels in te trekken, werden Joodse Amsterdammers stelselmatig van hun broodwinning beroofd (arisering en uitsluiting). De Beethovenstraat, waar de bloemenkraam stond, lag in een wijk waar destijds zeer veel Joodse burgers woonden. Meyer Swelheim werd later gedeporteerd; historische bronnen vermelden dat hij op 9 juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Dit document markeert de bureaucratische voorfase van die tragische afloop.