Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 258
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester. [Linksboven, handgeschreven:] 39/65/68
[Linksboven, gedrukt:] Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.

[Midden boven, handgeschreven:] W/s
[Midden boven:] (Wapen van Amsterdam)

[Rechtsboven, handgeschreven:] NW / Hmuyze [?]
[Rechtsboven:] (Rond rood stempeltje)

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan

Jacob F ü r t h ,

geboren 15 April 1874, wonende Tilanusstraat 51 II, bij beschik-
king d.d. 30 December 1939, No.764 L.M.1939 verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van fruit
op den openbaren weg, op het verhoogde voetpad van het Sarphati-
park, tegenover perceel 38 en den zijgevel van perceel Ceintuur-
baan 155, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in
te trekken.
vM

Amsterdam, 22 April 1942.

De Burgemeester voornoemd,

(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De tekst is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd.

Opvallend is de retroactieve werking: hoewel het document gedateerd is op 22 april 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht effectief gesteld vanaf 13 januari 1942. De betrokkene, Jacob Fürth, woonde aan de Tilanusstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. De standplaats bevond zich bij het Sarphatipark, een prominente plek in de stad. De naam "F ü r t h" is met spaties getypt om deze te benadrukken, een destijds gebruikelijke methode voor eigennamen in officiële stukken. Dit document moet worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen die de bezetter in 1941 en 1942 intensiveerde. Jacob Fürth was een Joodse Amsterdammer. Vanaf begin 1942 werden Joodse ondernemers en straathandelaren stelselmatig uit het economische leven geweerd door het intrekken van vergunningen en licenties.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de regeringscommissaris-burgemeester die door de Duitse bezetter was aangesteld en collaboreerde met de anti-Joodse politiek. Een pikant detail in de context is de vermelding van het "Sarphatipark". Tijdens de bezetting werd dit park op last van de Duitsers hernoemd naar het "Bollandpark", omdat Samuel Sarphati Joods was. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de ontneming van rechten en middelen van bestaan van Joodse burgers werd uitgevoerd. Uit historisch onderzoek (bijv. Joods Monument) blijkt dat Jacob Fürth en zijn vrouw de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in 1942 via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd.

Samenvatting

Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De tekst is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd.

Opvallend is de retroactieve werking: hoewel het document gedateerd is op 22 april 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht effectief gesteld vanaf 13 januari 1942. De betrokkene, Jacob Fürth, woonde aan de Tilanusstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. De standplaats bevond zich bij het Sarphatipark, een prominente plek in de stad. De naam "F ü r t h" is met spaties getypt om deze te benadrukken, een destijds gebruikelijke methode voor eigennamen in officiële stukken.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen die de bezetter in 1941 en 1942 intensiveerde. Jacob Fürth was een Joodse Amsterdammer. Vanaf begin 1942 werden Joodse ondernemers en straathandelaren stelselmatig uit het economische leven geweerd door het intrekken van vergunningen en licenties.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de regeringscommissaris-burgemeester die door de Duitse bezetter was aangesteld en collaboreerde met de anti-Joodse politiek. Een pikant detail in de context is de vermelding van het "Sarphatipark". Tijdens de bezetting werd dit park op last van de Duitsers hernoemd naar het "Bollandpark", omdat Samuel Sarphati Joods was. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de ontneming van rechten en middelen van bestaan van Joodse burgers werd uitgevoerd. Uit historisch onderzoek (bijv. Joods Monument) blijkt dat Jacob Fürth en zijn vrouw de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in 1942 via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6