Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, paars stempel en blauw potlood:]
No 39/65/83 M. 1342 4/5
[Gedrukt/Getypt:]
Afschrift
No. 223 L. M. 1942.
[Rechtsboven, handgeschreven in inkt:]
NW [paraf]
K Myden [?]
[Midden, wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
David Pas,
geboren 3 December 1899, wonende Roetersstraat 3 A II bij beschik-
king d.d. 22 Januari 1940, No.764 L.M. 1939 verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van bloemen
op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van de Beetho-
venstraat, tegenover perceel Beethovenstraat 31, bij deze, gerekend
te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
[Datumstempel 12 MEI 1942]
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [paars stempel]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel]
[Linksonder:]
K 350 * Administratieve handeling: Het document betreft het formeel intrekken van een standplaatsvergunning voor de verkoop van bloemen. Opvallend is dat de intrekking op 12 mei 1942 wordt vastgesteld, maar met terugwerkende kracht ingaat op 13 januari 1942.
* Ondertekening: Het afschrift vermeldt de namen van Edward Voûte (burgemeester tijdens de bezetting) en J.F. Franken (gemeentesecretaris). Voûte stond bekend als meegaand jegens de Duitse bezetter.
* Locatie: De standplaats bevond zich op de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid, tegenover nummer 31. Dit was in die tijd een straat met veel Joodse bewoners en ondernemers.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele en ambtelijke spelling ("den openbaren weg"). Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In de loop van 1941 en 1942 werd het voor Joodse burgers steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk, om deel te nemen aan het economische en openbare leven.
- Economische uitsluiting: Het intrekken van vergunningen voor straathandel en marktkramen was een standaardmethode van de bezetter (en het meewerkende Amsterdamse stadsbestuur) om Joden hun bron van inkomsten te ontnemen.
- Beethovenstraat: De Beethovenstraat was een centrum van het Joodse leven; veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk hadden zich hier gevestigd. De uitsluiting van Joodse verkopers in dit gebied had een grote symbolische en praktische impact.
- David Pas: De betrokkene, David Pas, woonde in de Roetersstraat (nabij de Joodse buurt). Op basis van de datum en de aard van het besluit is het vrijwel zeker dat deze vergunning werd ingetrokken vanwege zijn Joodse afkomst, als onderdeel van de grotere "Arisering" van de Amsterdamse economie. Kort na de datum van dit document (mei 1942) begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam.