Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942. [Linksboven, paarse stempels en handschrift:]
No 39/65/82 M. 1042 21/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Rechtsboven, handschrift en stempel:]
MW
[Handtekening, mogelijk H. Muller]
(3) [rood omcirkelde stempel]
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Mozes T a i l l e u r
geboren 5 September 1879, wonende Borsenburgstraat 18 II, bij beschik-
king d.d. 20 Januari 1940, No. 764 L.M. 1939 verleende vergunning tot
het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van consumptieijs
op den openbaren weg, den inrit van het verhoogde voetpad van het
Oosterpark, recht tegenover den Eikenweg, bij deze, gerekend te zijn
ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
vh
Amsterdam, 12 MEI 1942 [gestempeld] 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) V o û t e [gestempeld]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld]
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratieve kennisgeving van de intrekking van een standplaatsvergunning voor de verkoop van consumptie-ijs. De vergunninghouder, Mozes Tailleur, had sinds januari 1940 een plek bij de ingang van het Oosterpark. Opvallend is dat de intrekking op 12 mei 1942 wordt vastgesteld, maar met terugwerkende kracht wordt geacht te zijn ingegaan op 13 januari 1942.
Het document is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte, de door de Duitse bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam, en gemeentesecretaris J.F. Franken. De gebruikte terminologie en de strakke administratieve afhandeling zijn kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie tijdens de bezettingsjaren. De historische context van dit document is diep tragisch. Mozes Tailleur was een Joodse Amsterdammer. De intrekking van zijn vergunning in mei 1942 (met terugwerkende kracht naar januari) maakt deel uit van de stelselmatige uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven door de Duitse bezetter en de collaborerende overheid. In deze periode werden Joodse ondernemers en straatverkopers massaal hun middelen van bestaan ontnomen ("Entjudung").
Kort na de datum van dit document intensiveerden de vervolgingen. Uit bronnen zoals het Joods Monument blijkt dat Mozes Tailleur op 21 september 1942 is vermoord in concentratiekamp Auschwitz. Dit ogenschijnlijk "banale" administratieve document over een ijskraam vormde in werkelijkheid een van de vele stappen in het proces van ontrechting dat voorafging aan de deportatie en moord op de Joodse bevolking van Amsterdam. E.J. Vo H. Muller J.F. Franken Gemeente Amsterdam