Archiefdocument
Origineel
1942 (gebaseerd op de roodstiftaantekening bovenaan). De Directeur van het Marktwezen (waarnemend: J.J. Sieburgh). Het personeel van de Dienst Marktwezen te Amsterdam. [Bovenaan links, in rode stift:]
43/35 17 1942
[Bovenaan rechts, handgeschreven:]
Hoofdkantoor
[Midden, getypt en onderstreept:]
TER KENNISGEVING AAN PERSONEEL MARKTWEZEN.
De Burgemeester van Amsterdam heeft te mijner kennis gebracht, dat het solliciteeren naar de functie van agent bij de Vrijwillige Hulppolitie niet geoorloofd is, tenzij hiervoor zijn uitdrukkelijke toestemming is verkregen.
Indien U een zoodanige sollicitatie aan den Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie wenscht te richten, zal U een tot den Burgemeester gericht verzoek om toestemming bij mij moeten indienen, waarna Uw sollicitatie aan den Burgemeester zal worden doorgezonden ter beslissing.
De Directeur van het Marktwezen,
wnd.
J.J. Sieburgh.
[Links in de marge, handgeschreven codes:]
K/z 19/8
d
15/4
[Onderaan midden, handgeschreven potloodaantekening:]
voegen bij stukken
v. brief [?] Het document is een officiële interne mededeling die de bewegingsvrijheid van gemeentepersoneel beperkt. De strekking is dat ambtenaren van het Marktwezen niet op eigen houtje mogen solliciteren bij de Vrijwillige Hulppolitie. Er wordt een strikt bureauctratisch pad opgelegd: een verzoek moet eerst via de directie van de eigen dienst worden ingediend, die het vervolgens doorstuurt naar de burgemeester voor de uiteindelijke beslissing.
De toon is zakelijk en autoritair. Het gebruik van woorden als "niet geoorloofd" en de noodzaak voor "uitdrukkelijke toestemming" wijzen op een strakke controle op de personeelsbezetting en de politieke nevenactiviteiten van het personeel. Dit document dateert uit 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester van Amsterdam was destijds Edward Voûte, die nauw samenwerkte met de bezetter.
De Vrijwillige Hulppolitie was een door de Duitse bezetter opgerichte organisatie om de reguliere politie te ondersteunen bij bewakingstaken en het handhaven van de "orde". In de praktijk werd deze groep vaak ingezet bij acties tegen de Joodse bevolking of het bewaken van strategische objecten.
De Dienst Marktwezen hield toezicht op de markten in Amsterdam. Omdat markten plekken waren waar veel informele handel en contacten plaatsvonden (waaronder de handel door Joodse Amsterdammers totdat zij hiervan werden uitgesloten), was controle op dit personeel voor de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur van groot belang. De circulaire dient om te voorkomen dat personeel ongecontroleerd overstapt naar paramilitaire of politionele eenheden, wat de continuïteit van de eigen dienst in gevaar zou kunnen brengen.