Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 300
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke memo/geleidekaart (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam.

15 augustus 1942 (handgeschreven datum van doorzending).

Origineel

Ambtelijke memo/geleidekaart (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam. 15 augustus 1942 (handgeschreven datum van doorzending). [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N:
M. No. 43/23/2 1942
DOORGEZONDEN: 15/8

[Bovenzijde midden/rechts]
Onderwerp:
Joodsche echtgenooten
Weth. Arbeidszaken

[Hoofdtekst]
43/23/3
N.a.v. Uw circulaire d.d. 14
Augustus j.l. no. 1325 a Arb. 1942
doe ik U in bijlage dezes de ge-
vraagde gegevens toekomen.
[Ondertekening onleesbaar, paraaf]

[Tabel/Bijlage onderaan]
Bijlage:
Naam - geb. dat. - Adres - functie - opmerking
Vrooft, R. - 11-6-1895 - Vechtstr. 37 III A’dam - controleur (in vaste dienst) - van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn er drie van joodschen bloede.

[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-’41-1727 * Inhoud: Het document is een antwoord op een circulaire van de Wethouder voor Arbeidszaken (Jan Smit jr., de door de bezetter aangestelde NSB-wethouder). Er wordt informatie verstrekt over een specifieke medewerker, de heer R. Vrooft, werkzaam als controleur in vaste dienst bij de gemeente.
* Rassenregistratie: De kern van de melding ligt in de kolom 'opmerking'. Hierin wordt expliciet de afkomst van de grootouders van de echtgenote van de ambtenaar vermeld. Er wordt geconstateerd dat drie van haar vier grootouders "van joodschen bloede" zijn.
* Terminologie: Het gebruik van termen als "joodschen bloede" en de focus op de grootouders duidt op de toepassing van de rassenwetten (Nuremberger wetten) zoals die door de Duitse bezetter in Nederland werden gehanteerd. Een persoon met drie Joodse grootouders werd door de nazi's als 'voljood' (Volljude) beschouwd.
* Bureaucratie: Het document illustreert de verregaande medewerking van het gemeentelijk apparaat aan de uitsluiting en vervolging van (familieleden van) Joodse burgers. Zelfs als de ambtenaar zelf niet Joods was, kon de afkomst van zijn echtgenote gevolgen hebben voor zijn positie. Dit document stamt uit augustus 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. De grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. Tegelijkertijd werd de druk op de zogenaamde 'gemengd gehuwden' en ambtenaren met Joodse familieleden opgevoerd.

Circulaire 1325a van de Wethouder voor Arbeidszaken was een specifiek instrument om te inventariseren welke gemeentelijke personeelsleden verbonden waren aan Joodse partners. Op basis van deze gegevens werden ambtenaren vaak ontslagen of onder druk gezet om te scheiden. De Vechtstraat, waar de heer Vrooft woonde, ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam, een wijk die destijds een grote Joodse populatie kende en zwaar getroffen werd door de razzia's.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een antwoord op een circulaire van de Wethouder voor Arbeidszaken (Jan Smit jr., de door de bezetter aangestelde NSB-wethouder). Er wordt informatie verstrekt over een specifieke medewerker, de heer R. Vrooft, werkzaam als controleur in vaste dienst bij de gemeente.
  • Rassenregistratie: De kern van de melding ligt in de kolom 'opmerking'. Hierin wordt expliciet de afkomst van de grootouders van de echtgenote van de ambtenaar vermeld. Er wordt geconstateerd dat drie van haar vier grootouders "van joodschen bloede" zijn.
  • Terminologie: Het gebruik van termen als "joodschen bloede" en de focus op de grootouders duidt op de toepassing van de rassenwetten (Nuremberger wetten) zoals die door de Duitse bezetter in Nederland werden gehanteerd. Een persoon met drie Joodse grootouders werd door de nazi's als 'voljood' (Volljude) beschouwd.
  • Bureaucratie: Het document illustreert de verregaande medewerking van het gemeentelijk apparaat aan de uitsluiting en vervolging van (familieleden van) Joodse burgers. Zelfs als de ambtenaar zelf niet Joods was, kon de afkomst van zijn echtgenote gevolgen hebben voor zijn positie.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. De grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. Tegelijkertijd werd de druk op de zogenaamde 'gemengd gehuwden' en ambtenaren met Joodse familieleden opgevoerd.

Circulaire 1325a van de Wethouder voor Arbeidszaken was een specifiek instrument om te inventariseren welke gemeentelijke personeelsleden verbonden waren aan Joodse partners. Op basis van deze gegevens werden ambtenaren vaak ontslagen of onder druk gezet om te scheiden. De Vechtstraat, waar de heer Vrooft woonde, ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam, een wijk die destijds een grote Joodse populatie kende en zwaar getroffen werd door de razzia's.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6