Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 302
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een circulair schrijven.

11 augustus 1942. Van: De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, Karel Johannes Frederiks. Aan: De Heeren Burgemeesters.

Origineel

Officieel afschrift van een circulair schrijven. 11 augustus 1942. De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, Karel Johannes Frederiks. De Heeren Burgemeesters. Afschrift.

No. 1325 Arb. 1942.

DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.

No. 66050, Afd. Ambtenarenzaken.

Betreffende: Joodsche echtgenoot.

's-Gravenhage, 11 Augustus 1942.

  1. Van den Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie ontving ik een schrijven, waarvan de Nederlandsche vertaling aldus luidt:
    Op last van den Heer Rijkscommissaris verzoek ik een lijst samen te stellen van alle ambtenaren en het overig personeel in 's Rijks dienst, gehuwd met een persoon, die volgens par. 4 der Verordening No. 189/40 betreffende het aangeven van ondernemingen, Jood is of als zoodanig beschouwd moet worden. Ik verzoek U, in de lijst ook diegenen op te nemen, die in dienst zijn van een provincie, van een gemeente, of van een ander publiek-rechtelijk lichaam of van een zoodanig privaat-rechtelijk lichaam, waaraan het Rijk, een provincie, een gemeente of een ander publiek-rechtelijk lichaam deelneemt, ten slotte ook degenen, die een eereambt bekleeden, alsmede alle personen, die aan een bijzondere school verbonden zijn.
  2. Wellicht ten overvloede merk ik op, dat ingevolge artikel 4 van de Verordening No. 189/1940 Jood is een ieder, die uit ten minste drie naar ras voljoodsche grootouders stamt, terwijl als Jood wordt aangemerkt hij, die uit twee voljoodsche grootouders stamt en zelf op den negenden Mei 1940 tot de joodsch-kerkelijke gemeente heeft behoord of na dien datum daarin wordt opgenomen.
  3. Teneinde aan dit verzoek te kunnen voldoen, heb ik de eer U uit te noodigen, mij op korten termijn een opgave, als in het hiervoren vermelde schrijven bedoeld, te verstrekken betreffende Uwe gemeente en de daaronder eventueel ressortee-rende diensten, bedrijven en andere lichamen. Een overeenkomstige opgave zie ik tevens gaarne tegemoet betreffende personen, die een eereambt bekleeden, en betreffende de privaat-rechtelijke lichamen, waaraan deelgenomen wordt.
  4. Uw bericht ook negatief, zie ik gaarne vóór 15 September a.s. tegemoet. De opgave dient te bevatten: naam en voorletters van den belanghebbende, rang, ambt of functie, woonplaats en leeftijd, alsmede tot welke categorie de persoon, met wie(n) de belanghebbende gehuwd is, behoort.

De Secretaris-Generaal van het
Departement van Binnenlandsche Zaken,

FREDERIKS.

Aan Heeren Burgemeesters. * Doel: Het document dient om een registratie op gang te brengen van alle overheidsdienaren (op elk niveau) die getrouwd zijn met een Joodse partner.
* Definitie: Er wordt expliciet verwezen naar Verordening 189/40 om te bepalen wie als "Jood" wordt aangemerkt. Dit is gebaseerd op de nazi-rassenleer (aantal grootouders), wat een verschuiving markeert van religieuze naar raciale criteria.
* Bereik: De instructie is zeer breed. Niet alleen rijksambtenaren, maar ook gemeentepersoneel, ereambtsdragers (zoals onbetaalde bestuurders) en personeel van bijzondere scholen moeten worden gemeld.
* Rapportage: De secretaris-generaal eist een "negatieve melding". Dat wil zeggen: ook als er geen Joodse echtgenoten zijn, moet de burgemeester dit schriftelijk bevestigen vóór 15 september 1942.
* Toon: De tekst is ambtelijk en zakelijk, kenmerkend voor de "meewerkende" houding van de Nederlandse bureaucratie tijdens de bezetting. Dit document stamt uit de zomer van 1942, een kritieke fase in de Holocaust in Nederland. In juli 1942 waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. De Duitse bezetter (de Rijkscommissaris, Arthur Seyss-Inquart) voerde de druk op de Nederlandse ambtenarij op om de Joodse invloed volledig uit het openbare leven te verwijderen.

Nadat Joodse ambtenaren zelf al in 1940 waren ontslagen (de Ariërverklaring), richtte de vervolging zich nu op de "gemengd gehuwden". K.J. Frederiks, de ondertekenaar, was een topambtenaar die trachtte door samenwerking de Nederlandse belangen te behartigen, maar hierdoor ook een instrument werd voor de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. Het verzamelen van deze gegevens was een noodzakelijke voorstap voor verdere uitsluiting, ontslag of deportatie van de betrokkenen.

Samenvatting

  • Doel: Het document dient om een registratie op gang te brengen van alle overheidsdienaren (op elk niveau) die getrouwd zijn met een Joodse partner.
  • Definitie: Er wordt expliciet verwezen naar Verordening 189/40 om te bepalen wie als "Jood" wordt aangemerkt. Dit is gebaseerd op de nazi-rassenleer (aantal grootouders), wat een verschuiving markeert van religieuze naar raciale criteria.
  • Bereik: De instructie is zeer breed. Niet alleen rijksambtenaren, maar ook gemeentepersoneel, ereambtsdragers (zoals onbetaalde bestuurders) en personeel van bijzondere scholen moeten worden gemeld.
  • Rapportage: De secretaris-generaal eist een "negatieve melding". Dat wil zeggen: ook als er geen Joodse echtgenoten zijn, moet de burgemeester dit schriftelijk bevestigen vóór 15 september 1942.
  • Toon: De tekst is ambtelijk en zakelijk, kenmerkend voor de "meewerkende" houding van de Nederlandse bureaucratie tijdens de bezetting.

Historische Context

Dit document stamt uit de zomer van 1942, een kritieke fase in de Holocaust in Nederland. In juli 1942 waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. De Duitse bezetter (de Rijkscommissaris, Arthur Seyss-Inquart) voerde de druk op de Nederlandse ambtenarij op om de Joodse invloed volledig uit het openbare leven te verwijderen.

Nadat Joodse ambtenaren zelf al in 1940 waren ontslagen (de Ariërverklaring), richtte de vervolging zich nu op de "gemengd gehuwden". K.J. Frederiks, de ondertekenaar, was een topambtenaar die trachtte door samenwerking de Nederlandse belangen te behartigen, maar hierdoor ook een instrument werd voor de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. Het verzamelen van deze gegevens was een noodzakelijke voorstap voor verdere uitsluiting, ontslag of deportatie van de betrokkenen.

Locaties

's-Gravenhage.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6