Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven). 18 augustus 1942. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke afdeling of dienst). VB/HB.
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r .
43/23/3 M. 1. 18 Augustus 1942.
Joodsche Echgenoot.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 14 Augustus j.l.
No. 1325 a Arb.1942 doe ik U in bijlage dezes de gevraagde gegevens
toekomen.
De Directeur,
[Handgeschreven in groenblauwe inkt, schuin bovenaan: Vertrouwelijk] Dit document is een korte, zakelijke geleidebrief waarin een directeur gegevens verstrekt aan de wethouder voor Arbeidszaken. De kern van het document ligt in het onderwerp: "Joodsche Echgenoot." De brief is een directe reactie op een circulaire die slechts vier dagen eerder was verzonden. Dit wijst op een hoge mate van urgentie en administratieve efficiëntie bij het verzamelen van gegevens over Joodse burgers of hun partners. De bijlage, waarin de daadwerkelijke persoonsgegevens stonden, ontbreekt in deze afbeelding, maar de brief zelf dient als bewijs van de bureaucratische procesvoering achter de vervolging. De datum, 18 augustus 1942, valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. Sinds de bezetting in 1940 voerden de Duitsers stapsgewijs anti-Joodse maatregelen in, vaak uitgevoerd door het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat.
In deze fase van de oorlog werd de controle op 'gemengd gehuwden' (Joden getrouwd met niet-Joden) strikter. Dergelijke registraties bij de afdeling Arbeidszaken konden leiden tot ontslag, tewerkstelling of verdere vervolging. Dit document is een typerend voorbeeld van wat historici de "banaliteit van het kwaad" noemen: de systematische, administratieve verwerking van gegevens die de uitsluiting en uiteindelijke vernietiging van een bevolkingsgroep faciliteerde.
Samenvatting
Dit document is een korte, zakelijke geleidebrief waarin een directeur gegevens verstrekt aan de wethouder voor Arbeidszaken. De kern van het document ligt in het onderwerp: "Joodsche Echgenoot." De brief is een directe reactie op een circulaire die slechts vier dagen eerder was verzonden. Dit wijst op een hoge mate van urgentie en administratieve efficiëntie bij het verzamelen van gegevens over Joodse burgers of hun partners. De bijlage, waarin de daadwerkelijke persoonsgegevens stonden, ontbreekt in deze afbeelding, maar de brief zelf dient als bewijs van de bureaucratische procesvoering achter de vervolging.
Historische Context
De datum, 18 augustus 1942, valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. Sinds de bezetting in 1940 voerden de Duitsers stapsgewijs anti-Joodse maatregelen in, vaak uitgevoerd door het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat.
In deze fase van de oorlog werd de controle op 'gemengd gehuwden' (Joden getrouwd met niet-Joden) strikter. Dergelijke registraties bij de afdeling Arbeidszaken konden leiden tot ontslag, tewerkstelling of verdere vervolging. Dit document is een typerend voorbeeld van wat historici de "banaliteit van het kwaad" noemen: de systematische, administratieve verwerking van gegevens die de uitsluiting en uiteindelijke vernietiging van een bevolkingsgroep faciliteerde.