Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 305
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke circulaire / brief.

18 augustus 1942. Van: Gemeente Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke circulaire / brief. 18 augustus 1942. Gemeente Amsterdam. P/E. No 43/23/4 [stempel: M 1942 19/S]
GEMEENTE AMSTERDAM.

No. 1325 c Arb. 1942
Amsterdam, 18 Augustus 1942.
Onderwerp: Joodsche echtgenoot.

Naar aanleiding van de U bij mijn schrijven van 14 Augustus j.l., No. 1325 a Arb., toegezonden circulaire van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 11 Augustus 1942, No. 66050, afd. Ambtenarenzaken, waarbij een opgave wordt gevraagd van personeel in gemeentedienst, dat met een persoon van joodschen bloede is gehuwd, is door enkele diensthoofden de vraag gesteld of deze gegevens wel kunnen worden geput uit de destijds afgelegde verklaringen of dat, in verband met de bij het schrijven van voornoemden Secretaris-Generaal van 20 April 1942, No. 62878 afd. Ambtenarenzaken (U toegezonden bij schrijven van den Burgemeester van 20 Mei 1942, No. 1497 dx Arb. 1940) gegeven nadere interpretatie van het begrip "van joodschen bloede zijn", het geheele personeel opnieuw in dit onderzoek dient te worden betrokken.

Ik heb ter zake inlichtingen doen inwinnen bij de afdeeling Ambtenarenzaken van voornoemd Departement en kan U daaromtrent het volgende berichten.

Vanwege het Departement werd medegedeeld, dat deze nieuwe opgave niet gevraagd zou zijn, ware het niet, dat enkele [tekst breekt af]

Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
[handgeschreven paraaf/initialen rechtsonder] Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische medewerking van het Amsterdamse gemeenteapparaat aan de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting.

De kern van het document is een logistieke vraag: de centrale overheid (het Departement van Binnenlandsche Zaken) eist een lijst van alle ambtenaren die getrouwd zijn met een "persoon van joodschen bloede". De diensthoofden vragen zich af of ze simpelweg de oude dossiers (de zgn. 'Ariërverklaringen' uit 1940) mogen gebruiken, of dat ze iedereen opnieuw moeten ondervragen omdat de definitie van wie "Joods" is, in april 1942 door de bezetter is aangescherpt en nader geïnterpreteerd.

De toon is strikt zakelijk en procedureel. Er wordt niet gesproken over de morele implicaties van deze registratie, maar enkel over de efficiëntie van het onderzoek ("het geheele personeel opnieuw..."). Dit illustreert wat historici vaak de 'banaliteit van het kwaad' noemen: de systematische uitsluiting van een bevolkingsgroep uitgevoerd als een routineuze administratieve taak. In augustus 1942 was de Holocaust in Nederland in een stroomversnelling geraakt. De grootschalige deportaties vanuit Kamp Westerbork naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. Terwijl de treinen reden, ging de bureaucratische machine in steden als Amsterdam door met het verfijnen van de registratie van Joden en hun directe naasten.

De genoemde "nadere interpretatie van het begrip 'van joodschen bloede zijn'" verwijst naar de steeds strenger wordende rassenwetten (gebaseerd op de Neurenberger rassenwetten), waarbij gekeken werd naar het aantal Joodse grootouders. Door deze registraties werd het net rondom gemengd-gehuwden steeds nauwer gesloten. Voor veel Joodse echtgenoten van niet-Joodse ambtenaren was deze registratie een directe opmaat naar ontslag van de ambtenaar en uiteindelijk deportatie van de partner.

Samenvatting

Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische medewerking van het Amsterdamse gemeenteapparaat aan de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting.

De kern van het document is een logistieke vraag: de centrale overheid (het Departement van Binnenlandsche Zaken) eist een lijst van alle ambtenaren die getrouwd zijn met een "persoon van joodschen bloede". De diensthoofden vragen zich af of ze simpelweg de oude dossiers (de zgn. 'Ariërverklaringen' uit 1940) mogen gebruiken, of dat ze iedereen opnieuw moeten ondervragen omdat de definitie van wie "Joods" is, in april 1942 door de bezetter is aangescherpt en nader geïnterpreteerd.

De toon is strikt zakelijk en procedureel. Er wordt niet gesproken over de morele implicaties van deze registratie, maar enkel over de efficiëntie van het onderzoek ("het geheele personeel opnieuw..."). Dit illustreert wat historici vaak de 'banaliteit van het kwaad' noemen: de systematische uitsluiting van een bevolkingsgroep uitgevoerd als een routineuze administratieve taak.

Historische Context

In augustus 1942 was de Holocaust in Nederland in een stroomversnelling geraakt. De grootschalige deportaties vanuit Kamp Westerbork naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. Terwijl de treinen reden, ging de bureaucratische machine in steden als Amsterdam door met het verfijnen van de registratie van Joden en hun directe naasten.

De genoemde "nadere interpretatie van het begrip 'van joodschen bloede zijn'" verwijst naar de steeds strenger wordende rassenwetten (gebaseerd op de Neurenberger rassenwetten), waarbij gekeken werd naar het aantal Joodse grootouders. Door deze registraties werd het net rondom gemengd-gehuwden steeds nauwer gesloten. Voor veel Joodse echtgenoten van niet-Joodse ambtenaren was deze registratie een directe opmaat naar ontslag van de ambtenaar en uiteindelijk deportatie van de partner.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6