Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 307
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

Vrijdag 11 september 1942.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Vrijdag 11 september 1942. No. 1497 eb Arb. 1940
828 Lm 1942
№ 43/23/5 M. 1342 22/9

Tot het verleenen van ontslag aan Joodsche ambtenaren en werklieden, die ten gevolge van te hunnen opzichte genomen maatregelen hun werkzaamheden niet langer kunnen verrichten.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 11 September 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Overwegende, dat ten behoeve van werkzaamheden voor het joodsche deel der bevolking van Amsterdam een aantal Joodsche ambtenaren en werklieden in gemeentedienst werkzaam is;
Gelet op de omstandigheid, dat ten gevolge van tegen Joden genomen maatregelen, het geval zich kan voordoen, dat een joodsch ambtenaar of werkman voor zijn werkzaamheden in gemeentedienst niet meer beschikbaar is;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517) en van de Eerste Beschikking ter uitvoering van deze verordening (Nederlandsche Staatscourant van 19 Augustus 1941, No. 160; Gemeenteblad afd. 4 volgn. 523);

B e s l u i t :

te bepalen, dat Joodsche ambtenaren en werklieden, die ten gevolge van jegens Joden uitgevaardigde bepalingen, niet meer in staat zijn hun ambtelijke werkzaamheden op de normale wijze te vervullen, met ingang van den datum, waarop zij niet meer in gemeentedienst werkzaam kunnen zijn, eervol uit den dienst zullen worden

z.o.z.

--- Dit document is een ambtelijk besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het formaliseert het ontslag van Joodse medewerkers die door de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de bezetter hun werk niet meer konden uitvoeren.

De formulering is typerend voor de bureaucratische taal van die tijd:
* Eufemismen: Er wordt gesproken over "te hunnen opzichte genomen maatregelen" en het "niet meer beschikbaar" zijn. Dit verwijst naar zaken als het verbod op reizen, spertijden, en de deportaties die in de zomer van 1942 op grote schaal begonnen waren.
* Juridische basis: Het besluit steunt op de beruchte "Achtste Verordening" (152/1941) van Seyss-Inquart, die de rechtspositie van Joodse ambtenaren ondermijnde.
* "Eervol ontslag": Hoewel het ontslag gedwongen en discriminerend was, werd de term "eervol" gebruikt. Dit was vaak een administratieve noodzaak om pensioenrechten of afvloeiingsregelingen formeel te kunnen afhandelen, hoewel deze rechten voor Joden in de praktijk vaak werden afgepakt via de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (LIRO).

--- In september 1942 was de Jodenvervolging in Amsterdam in een kritieke fase beland. Sinds juli 1942 vonden er massale deportaties plaats vanuit de Hollandsche Schouwburg naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen.

De gemeente Amsterdam, onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte, werkte mee aan de uitvoering van deze Duitse verordeningen. Terwijl de meeste Joodse ambtenaren al in 1940-1941 waren ontslagen, bleven sommigen nog werkzaam in specifieke diensten voor de Joodse gemeenschap (onder toezicht van de Joodsche Raad). Dit document markeert de verdere uitsluiting van deze laatste groep uit het officiële gemeentelijke apparaat. De aantekening "z.o.z." (zie ommezijde) duidt erop dat de voorwaarden of de specifieke lijst van betrokkenen op de achterkant van het document doorliepen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het formaliseert het ontslag van Joodse medewerkers die door de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de bezetter hun werk niet meer konden uitvoeren.

De formulering is typerend voor de bureaucratische taal van die tijd:
* Eufemismen: Er wordt gesproken over "te hunnen opzichte genomen maatregelen" en het "niet meer beschikbaar" zijn. Dit verwijst naar zaken als het verbod op reizen, spertijden, en de deportaties die in de zomer van 1942 op grote schaal begonnen waren.
* Juridische basis: Het besluit steunt op de beruchte "Achtste Verordening" (152/1941) van Seyss-Inquart, die de rechtspositie van Joodse ambtenaren ondermijnde.
* "Eervol ontslag": Hoewel het ontslag gedwongen en discriminerend was, werd de term "eervol" gebruikt. Dit was vaak een administratieve noodzaak om pensioenrechten of afvloeiingsregelingen formeel te kunnen afhandelen, hoewel deze rechten voor Joden in de praktijk vaak werden afgepakt via de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (LIRO).


Historische Context

In september 1942 was de Jodenvervolging in Amsterdam in een kritieke fase beland. Sinds juli 1942 vonden er massale deportaties plaats vanuit de Hollandsche Schouwburg naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen.

De gemeente Amsterdam, onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte, werkte mee aan de uitvoering van deze Duitse verordeningen. Terwijl de meeste Joodse ambtenaren al in 1940-1941 waren ontslagen, bleven sommigen nog werkzaam in specifieke diensten voor de Joodse gemeenschap (onder toezicht van de Joodsche Raad). Dit document markeert de verdere uitsluiting van deze laatste groep uit het officiële gemeentelijke apparaat. De aantekening "z.o.z." (zie ommezijde) duidt erop dat de voorwaarden of de specifieke lijst van betrokkenen op de achterkant van het document doorliepen.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6