Archiefdocument
Origineel
De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). VD/HG. [handgeschreven: Verzonden 12/2]
46A/1/6 M.
1
11 Februari 1942.
Klacht verdeeling mosselen
aan de Vischmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 9 Januari jl. om advies ontvangen stuk No.109 L.M.1942 heb ik de eer U, voor wat betreft de voor Amsterdam voor het afgeloopen seizoen getroffen regeling voor den afzet van mosselen te verwijzen naar mijn desbetreffend rapport d.d. 30 September 1941 No.46A/40/4 M. Zooals met U reeds werd besproken, (vide hieromtrent eveneens mijn rapport d.d. 23 October 1941 No.46A/40/12 M.) wordt momenteel door mijn dienst, in overleg met den Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden, studie gemaakt van een regeling voor het volgende mosselenseizoen (dat in October a.s. begint). Hieromtrent zal ik U binnenkort nader rapporteeren.
Ten aanzien van de onderhavige klacht bericht ik U het volgende. Adressant, te mijnen kantore ontboden, deelde mede, door anderen te zijn bewerkt om een klacht in te dienen. Hij is in het seizoen 1940-1941 voor het eerst met mosselen gaan handelen; hij behoort derhalve niet tot de groep venters, die reeds vóór deze jaren geregeld met mosselen hebben gevent. Aan de tot deze groep behoorende venters worden als regel meer mosselen toegewezen, dan aan hen, die eerst in de laatste 2 jaar met mosselen zijn gaan venten. Adressant wist mij dan ook geen enkel feit te noemen, waarbij kon worden aangetoond, dat "vriendjes" van leden der mosselencombinatie op ruimere wijze van mosselen zouden zijn voorzien. Aan de hand van de beschikbare gegevens heb ik hem doen aantoonen, dat hij op volkomen normale wijze zijn deel van de aangevoerde mosselen heeft ontvangen.
Voor de goede orde merk ik ten slotte nog op, dat de leiding van de Mosselencombinatie bestaat uit de niet-Joodsche personen Kl. Lammers, C.v. Zanten en M. Gootjes.
Ik geef U beleefd in overweging de onderhavige aangelegenheid hiermede als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, * Inhoud: De brief behandelt een klacht van een mosselventer over een vermeende oneerlijke verdeling van mosselen op de Amsterdamse Vismarkt. De directeur concludeert na onderzoek dat de klacht ongegrond is. De verdeling is gebaseerd op anciënniteit: venters die al langer in het vak zitten, krijgen meer toegewezen dan nieuwkomers (zoals de klager).
* Organisatie: De "Mosselencombinatie" beheert de distributie onder toezicht van de gemeente. De brief noemt expliciet de namen van de leidinggevenden: Kl. Lammers, C. van Zanten en M. Gootjes.
* Toon: Formeel, bureaucratisch en beslist. De directeur adviseert de wethouder de zaak als "afgedaan" te beschouwen.
* Ideologische inkleuring: Een cruciaal detail is de expliciete vermelding dat de leiding van de Mosselencombinatie uit "niet-Joodsche personen" bestaat. Dit getuigt van de verregaande invloed van de bezettingspolitiek op het dagelijks bestuur en de economie. * Tweede Wereldoorlog: Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Voedselschaarste en distributieregels waren aan de orde van de dag.
* Antisemitisme en 'Arisering': De opmerking over de "niet-Joodsche" leiding is een direct gevolg van de ariërverklaringen en de uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven. In 1942 was het voor ambtenaren en organisaties noodzakelijk om aan te tonen dat zij voldeden aan de racistische eisen van de bezetter.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam had de zware taak om de stad te voeden onder controle van de "Rijksdienst voor de Voedselvoorziening". Mosselen waren in die tijd een relatief goedkope en belangrijke eiwitbron voor de bevolking.
* Amsterdamse Vismarkt: De markt op het Damrak/de Prins Hendrikkade was een centraal punt voor de handel in vis en schelpdieren, waarbij veel kleine zelfstandigen (venters) afhankelijk waren van de toegewezen quota.