Handgeschreven brief (fragment, pagina 2).
Origineel
Handgeschreven brief (fragment, pagina 2). [Rechtsboven:] 2
gevoerde mosselen heeft ontvangen.
Voor de goede orde merk ik ten slotte
nog op, dat de leiding van de Mosselencombi-
natie bestaat uit de niet-joodsche personen
Kl. Lammers, C. v. Tanten en M. Gootjes.
Ik geef U beleefd in overweging de
onderhavige aangelegenheid hiermede als
afgedaan te beschouwen.
[Ondertekening:] SD * Paleografie: Het document is geschreven in een vlot, modern cursief handschrift uit de midden-20e eeuw. Het is goed leesbaar. Opvallend is het gebruik van de 'lange s' achtige krul in sommige letters en de duidelijke afkorting van de namen.
* Linguïstiek: De taal is formeel en ambtelijk ("voor de goede orde", "in overweging de onderhavige aangelegenheid"). De spelling "niet-joodsche" (met 'sch') is conform de spelling-De Vries en Te Winkel, die tot 1947 officieel was, maar past ook specifiek in de terminologie van de bezettingsjaren.
* Inhoud: Het betreft een afronding van een onderzoek of correspondentie over een organisatie genaamd de "Mosselencombinatie". De schrijver benadrukt dat de leiding enkel uit "niet-joodsche personen" bestaat, wat in die tijd een cruciale juridische status was voor het voortbestaan van een onderneming. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De expliciete vermelding dat de leiding van de "Mosselencombinatie" uit "niet-joodsche personen" bestaat, duidt op de proces van arisering. Tijdens de bezetting moesten bedrijven aantonen dat zij geen Joodse eigenaren of bestuurders hadden om onteigening of liquidatie te voorkomen. De brief lijkt een rapportage aan een controlerende instantie (zoals de Wirtschaftsprüfstelle of een lokale autoriteit) om te bevestigen dat de onderneming 'gezuiverd' is of voldoet aan de rassenwetten van de bezetter, waarna de zaak als "afgedaan" kan worden beschouwd. De namen Lammers, Van Tanten en Gootjes fungeren hierbij als bewijs van deze 'niet-Joodse' status. M. Gootjes
Samenvatting
- Paleografie: Het document is geschreven in een vlot, modern cursief handschrift uit de midden-20e eeuw. Het is goed leesbaar. Opvallend is het gebruik van de 'lange s' achtige krul in sommige letters en de duidelijke afkorting van de namen.
- Linguïstiek: De taal is formeel en ambtelijk ("voor de goede orde", "in overweging de onderhavige aangelegenheid"). De spelling "niet-joodsche" (met 'sch') is conform de spelling-De Vries en Te Winkel, die tot 1947 officieel was, maar past ook specifiek in de terminologie van de bezettingsjaren.
- Inhoud: Het betreft een afronding van een onderzoek of correspondentie over een organisatie genaamd de "Mosselencombinatie". De schrijver benadrukt dat de leiding enkel uit "niet-joodsche personen" bestaat, wat in die tijd een cruciale juridische status was voor het voortbestaan van een onderneming.
Historische Context
Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De expliciete vermelding dat de leiding van de "Mosselencombinatie" uit "niet-joodsche personen" bestaat, duidt op de proces van arisering. Tijdens de bezetting moesten bedrijven aantonen dat zij geen Joodse eigenaren of bestuurders hadden om onteigening of liquidatie te voorkomen. De brief lijkt een rapportage aan een controlerende instantie (zoals de Wirtschaftsprüfstelle of een lokale autoriteit) om te bevestigen dat de onderneming 'gezuiverd' is of voldoet aan de rassenwetten van de bezetter, waarna de zaak als "afgedaan" kan worden beschouwd. De namen Lammers, Van Tanten en Gootjes fungeren hierbij als bewijs van deze 'niet-Joodse' status.