Handgeschreven administratieve aantekening of kwitantie betreffende de handel in mosselen.
Origineel
Handgeschreven administratieve aantekening of kwitantie betreffende de handel in mosselen. Begin juli 1942. [Bovenaan de pagina]
Ontvangen in de week van 28 Juni t/m 4 Juli 1942 aan mosselen 160 balen
à f 0.25 per baal f. 40.=
Te betalen aan Centraal Verkoopkantoor voor Mosselen 36.=
[Midden, links onder 'Specificatie']
Specificatie
1-7-42 Wieringerboot 160 balen f. 40.=
[Midden, rechts onder 'Aangevoerd.']
Aangevoerd.
30-6-42
[Onderaan links]
Nota gemaakt op
8 Juli 1942.
[Onderaan rechts]
6 Juli '42
[Onduidelijke handtekening, mogelijk "Kruithof" of "Vrugtman"] * Inhoud: Het document legt de ontvangst vast van 160 balen mosselen in de week van 28 juni tot 4 juli 1942. De prijs per baal bedraagt 0,25 gulden, wat een totaalbedrag van 40 gulden oplevert.
* Financiële afwikkeling: Er wordt vermeld dat er 36 gulden betaald moet worden aan het "Centraal Verkoopkantoor voor Mosselen". Het verschil van 4 gulden (10%) betreft waarschijnlijk een commissie, transportkosten of een administratieve inhouding.
* Logistiek: De mosselen zijn op 30 juni 1942 aangevoerd. Op 1 juli 1942 zijn ze specifiek geregistreerd ("Wieringerboot"). De "Wieringerboot" verwijst naar het vaartuig dat de lading heeft gelost, afkomstig uit het vissersdorp Wieringen.
* Datering: Het document toont een procesgang aan: aanvoer (30 juni), registratie (1 juli), aftekening (6 juli) en het opmaken van de definitieve nota (8 juli). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (1940-1945). De handel in levensmiddelen en visserijproducten was in deze periode strikt gereguleerd. Het Centraal Verkoopkantoor voor Mosselen (CVM) was een controlerend orgaan dat toezag op de distributie en prijsstelling van mosselen.
De prijs van 25 cent per baal was waarschijnlijk een vastgestelde prijs. De vermelding van de "Wieringerboot" is historisch interessant, omdat de visserijvloot in die tijd te maken had met strenge beperkingen van de bezetter (zoals brandstoftekorten en verboden vaargebieden). Dergelijke briefjes dienden als essentieel bewijsmateriaal voor de boekhouding om aan te tonen dat de handel via de officiële kanalen verliep en niet op de zwarte markt.