Archiefdocument
Origineel
22 oktober 1942. Centraal Verkoopkantoor van Mosselen (CEVEMOS), Bergen op Zoom. Het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VAN MOSSELEN
BERGEN OP ZOOM
Telef. 674 Postrek. 261192 22 October 1942.
Telegram-adres: „CEVEMOS”
Briefadres: „CEVEMOS”
Bankiers:
Rotterd. Bankvereeniging N. V.
Bergen op Zoom
Ned. Middenstandsbank N. V.
’s-Gravenhage
het Marktwezen van de Gemeente
Amsterdam,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W.
№ 46a/1/36 M 1947 26/10
Betreffende:
Wij bevestigen de goede ontvangst van Uw schrijven no.46A/1/33 M van 20 dezer en deelen U naar aanleiding daarvan mede, dat wij aan de in eerste alinea van dit schrijven genoemde personen geen vergunning hebben afgegeven.
Aan de twee personen in de tweede alinea van dit schrijven worden heden vergunningen toegezonden.
Op de aanvrage ter verkrijging van een vergunning door den Heer H. Hemrika, Oude Schans 26 A'dam, is door ons afwijzend beschikt.
Tevens zouden wij gaarne inlichtingen ontvangen betreffende J.G. Bosbaan, Lindengracht 10 bov., welke ook een vergunning vraagt voor het koken van mosselen om deze in zijn stal op de markt Lindengracht en in een aldaar gelegen winkelhuis, te verkoopen. Ditzelfde geldt voor L. Adriaanse, wonende Korte Niezel 6 II Adam-C, welke de mosselen wil verkoopen op de Nieuwmarkt.
Centraal Verkoopkantoor
van Mosselen
[Handtekening]
Directeur
[Handgeschreven toevoegingen en stempels:]
* Rechtsboven: 235
* Paars stempel midden: № 46a/1/36 M 1947 met handgeschreven 26/10
* In potlood bij de tekst: [onleesbare krabbels]
* Onderaan met inkt:
Adriaanse en de J.C. Bosbaan
afwijzen 2-11-42
de Haan
* Rechtsonder: 46 A/1 Deze correspondentie betreft de administratieve afhandeling van vergunningsaanvragen voor de verkoop en bereiding van mosselen op de Amsterdamse markten tijdens de bezettingsjaren. Het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen (CEVEMOS) fungeert hierbij als de instantie die de vergunningen afgeeft of weigert, in overleg met het gemeentelijk Marktwezen.
In de brief worden specifieke besluiten genoemd:
1. Weigering van vergunningen voor een eerdere groep aanvragers.
2. Toekenning van twee vergunningen.
3. Afwijzing van de aanvraag van de heer H. Hemrika.
4. Een verzoek om nadere informatie over de heren J.G. Bosbaan en L. Adriaanse.
Opvallend is de handgeschreven notitie onderaan de brief, gedateerd 2 november 1942 en ondertekend door "de Haan". Hierin wordt definitief besloten de aanvragen van Adriaanse en Bosbaan af te wijzen. Dit toont de directe ambtelijke invloed op de bestaansmiddelen van kleine marktkooplieden in die tijd. De datum (oktober 1942) plaatst dit document in het hart van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de economie nagenoeg volledig "geleid". Producten zoals mosselen vielen onder centrale distributieorganen om de schaarste te beheersen en de voedselvoorziening te controleren.
Het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen was een dergelijk orgaan dat toezag op de visserij en handel. De strikte vergunningsplicht diende niet alleen voor marktordening, maar ook om toezicht te houden op de handelaren zelf. De locaties die in de brief worden genoemd — de Lindengracht en de Nieuwmarkt — waren van oudsher belangrijke marktplekken in Amsterdam waar de impact van deze regels direct voelbaar was voor de lokale bevolking. De afwijzing van vergunningen kon in deze jaren van diepe economische crisis en oorlog schaarste betekenen voor zowel de handelaar als de buurtbewoners.