Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 5 november 1942. Centraal Verkoopkantoor van Mosselen (CEVEMOS), Bergen op Zoom. Het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VAN MOSSELEN
BERGEN OP ZOOM
Telef. 674 Postrek. 261192
Telegram-adres: „CEVEMOS”
Briefadres: „CEVEMOS”
Bankiers:
Rotterd. Bankvereeniging N. V.
Bergen op Zoom
Ned. Middenstandsbank N. V.
’s-Gravenhage
5 November 1942.
het Marktwezen van de Gemeente
Amsterdam,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W.
Betreffende: verzoek om een vergunning voor het koken van mosselen.
Een bovenstaand verzoek bereikte ons van:
H.J. Hofman, Ciclamestraat 3, A’dam N., welke
o.m. beweert, dat hij van den Burgemeester
toestemming heeft om in zijn pand Waalsteeg
7-9, mosselen te mogen koken.
Centraal Verkoopkantoor
van Mosselen
[Handtekening]
Directeur
[Handgeschreven annotaties en stempels:]
Rechtsboven: 298 ; m.v. Imp [?]
Midden links: in orde / 11 - 11 - ’42 / de Haan [?]
Onderzijde (paars stempel): Nº 46A/1/43 M. 1942 7/11
Rechtsonder (handgeschreven in kader): Hofman voor mij oproepen s.v.p. / opger. 7/11 / 46A/1
Linkerbenedenhoek: 201042
Rechterbenedenhoek: K 2301 Het document is een formele informatieaanvraag van het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen (CEVEMOS) aan de Amsterdamse gemeentelijke instantie belast met het Marktwezen. De kern van de zaak is de verificatie van een claim door een burger, H.J. Hofman, die stelt toestemming van de burgemeester te hebben om mosselen te koken (en waarschijnlijk te verkopen) in de Waalsteeg.
De diverse aantekeningen duiden op een actieve administratieve verwerking:
* De opmerking "in orde" (11 november) suggereert dat de claim na controle werd bevestigd.
* De notitie "Hofman voor mij oproepen s.v.p." wijst op een vervolgcontact, waarbij de betrokkene op 7 november is opgeroepen voor nader overleg of instructies.
* De stempels en nummers (zoals M. 1942 7/11) zijn typisch voor het classificatiesysteem van gemeentelijke archieven uit die tijd. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een systeem van distributie en vergunningen. Het "Centraal Verkoopkantoor van Mosselen" fungeerde als een centraal orgaan (mogelijk een crisisorganisatie of onderdeel van een productschap) om de handel in deze specifieke voedselbron te controleren.
Omdat mosselen niet op de bon waren, maar de handel en bereiding ervan wel aan scherpe regels onderhevig waren om zwarte handel te voorkomen, was een officiële vergunning essentieel. De locatie Waalsteeg 7-9 ligt in het oude centrum van Amsterdam (buurt Lastage), een wijk die van oudsher veel kleinschalige bedrijvigheid en handel kende. De bemoeienis van de Burgemeester (destijds de door de bezetter benoemde Edward Voûte) onderstreept de autoritaire structuur van het lokale bestuur in oorlogstijd, waarbij zelfs relatief kleine economische activiteiten van bovenaf moesten worden goedgekeurd.