Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 10
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

10 januari 1942.

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 10 januari 1942. [Handgeschreven bovenin:] Nº 46A/4/3 M. 1042 12/1

[Logo links:] KAMER-VAN KOOPHANDEL EN-FABRIEKEN AMSTERDAM

HANDELSREGISTER
VAN DE
KAMER VAN KOOPHANDEL EN
FABRIEKEN VOOR AMSTERDAM

[Linkerkolom:]
ONDERWERP:
Bedrijfsregister
T/W.
No. H. 10455 [10455 handgeschreven]

(GELIEVE BIJ DE BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN).

TEL. LOCAAL: 46191 (5 LIJNEN)
INTERLOCAAL:
49396, 46456, 46220, 45628
POSTGIRO 36040.
GEM. GIRO AMSTERDAM K 580.

[Rechterkolom:]
[Handgeschreven aantekeningen:] mi Dir 10 / H Sieburgh / [Paraaf]

AMSTERDAM (C.), 10 Januari 19 42
BEURSGEBOUW, DAMRAK.

Aan den heer Secretaris van het Marktwezen
A m s t e r d a m (W) [onderstreept]
Centrale Markthallen

Zonder verantwoordelijkheid [onderstreept]

Naar aanleiding van Uw telefonisch verzoek doen wij U ingesloten een opgave van in het bedrijfsregister van ons Handelsregister voorkomende visch (versche) handelaren toekomen.

./.

Wij doen U in dit verband opmerken, dat volgens art. 2, lid 3, der Handelsregisterwet juncto het Koninklijk Besluit van 29 September 1920 tot uitvoering van dit wetsartikel, geen zaken in den zin dezer wet zijn ondernemingen toebehoorende aan kleine handelslieden, wier belastbaar inkomen over elk der laatst verloopen drie belastingjaren blijkens den hun opgelegden aanslag in de Rijksinkomstenbelasting, ongerekend den in artikel 38 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914 bedoelden kinderaftrek, minder bedraagt dan f. 2.000,- 's jaars, of die niet in die belasting zijn aangeslagen.

VOOR HET HANDELSREGISTER:
[Handgeschreven handtekening: W. v. Hommes(?)]
Administrateur

[Linksonder:] K 145 In deze brief antwoordt de Amsterdamse Kamer van Koophandel op een telefonisch verzoek van de Secretaris van het Marktwezen. De Kamer stuurt een lijst (als bijlage, aangeduid met './.') van geregistreerde handelaren in verse vis.

Het belangrijkste onderdeel van de brief is de juridische nuancering. De administrateur wijst de ontvanger erop dat de lijst waarschijnlijk incompleet is voor wat betreft de werkelijke situatie op de markt. Volgens de toenmalige wetgeving (de Handelsregisterwet en een besluit uit 1920) werden "kleine handelslieden" namelijk niet als "zaak" (onderneming) beschouwd als hun belastbaar inkomen lager was dan 2.000 gulden per jaar. Deze groep was dus niet verplicht zich in te schrijven in het Handelsregister. De datum van de brief, 10 januari 1942, is cruciaal voor de context. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties probeerden een steeds strakkere controle te krijgen op de voedselvoorziening en de economie.

De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het logistieke hart van de voedseldistributie. De vraag van het 'Marktwezen' naar een lijst van vis-handelaren moet gezien worden in het licht van deze controle en de invoering van het distributiestelsel (bonnenkaarten). Men wilde exact weten wie er handelde om de stroom van goederen te kunnen beheersen en eventuele zwarte handel tegen te gaan. De brief laat zien dat de bureaucratische processen en vooroorlogse wetgeving (zoals de wet uit 1914 en het besluit uit 1920) gedurende de bezetting gewoon bleven functioneren als basis voor het ambtelijk verkeer.

Samenvatting

In deze brief antwoordt de Amsterdamse Kamer van Koophandel op een telefonisch verzoek van de Secretaris van het Marktwezen. De Kamer stuurt een lijst (als bijlage, aangeduid met './.') van geregistreerde handelaren in verse vis.

Het belangrijkste onderdeel van de brief is de juridische nuancering. De administrateur wijst de ontvanger erop dat de lijst waarschijnlijk incompleet is voor wat betreft de werkelijke situatie op de markt. Volgens de toenmalige wetgeving (de Handelsregisterwet en een besluit uit 1920) werden "kleine handelslieden" namelijk niet als "zaak" (onderneming) beschouwd als hun belastbaar inkomen lager was dan 2.000 gulden per jaar. Deze groep was dus niet verplicht zich in te schrijven in het Handelsregister.

Historische Context

De datum van de brief, 10 januari 1942, is cruciaal voor de context. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties probeerden een steeds strakkere controle te krijgen op de voedselvoorziening en de economie.

De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het logistieke hart van de voedseldistributie. De vraag van het 'Marktwezen' naar een lijst van vis-handelaren moet gezien worden in het licht van deze controle en de invoering van het distributiestelsel (bonnenkaarten). Men wilde exact weten wie er handelde om de stroom van goederen te kunnen beheersen en eventuele zwarte handel tegen te gaan. De brief laat zien dat de bureaucratische processen en vooroorlogse wetgeving (zoals de wet uit 1914 en het besluit uit 1920) gedurende de bezetting gewoon bleven functioneren als basis voor het ambtelijk verkeer.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6