Getypte brief (doorslag), bladzijde 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag), bladzijde 2. 13 maart 1942. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 46A/4/11 M. d.d. 13 Maart 1942 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur
van het Marktwezen.
De winstmarge voor aal en paling is wel zoodanig, dat
hierop een verhoogd percentage zonder bezwaar kan worden toe-
gepast.
Door het aanstellen van deze deskundigen wordt tevens
voorkomen, dat de groothandelaren de slechte en kleine aal-
soorten uitsluitend voor Amsterdam bestemmen.
Indien U zich met het bovenstaande kunt vereenigen, ver-
zoek ik U beleefd mij te willen machtigen mij hieromtrent
nader met den Directeur der Visscherijcentrale te verstaan,
waarbij tevens over de verdere uitwerking der ontworpen rege-
ling (onder andere het Reglement op de verdeeling) overleg zal
kunnen worden gepleegd.
De Directeur, * Inhoud: De tekst is het slotstuk van een voorstel om de handel in aal en paling strakker te reguleren. Er wordt gesproken over het verhogen van een heffing (percentage op de winstmarge) en het aanstellen van deskundigen (keurmeesters/controleurs).
* Doel: Het primaire doel van de maatregel is kwaliteitsbewaking voor de stad Amsterdam. De directeur wil voorkomen dat groothandelaren kwalitatief minderwaardige vis ("slechte en kleine aalsoorten") in Amsterdam dumpen terwijl de betere waar elders (mogelijk op de zwarte markt of voor export) wordt verkocht.
* Bestuurlijke procedure: De Directeur van het Marktwezen vraagt machtiging aan de Wethouder om in overleg te treden met de Visscherijcentrale. Dit wijst op een centralisatie van de voedselvoorziening waarbij lokale overheden moesten afstemmen met landelijke crisisorganen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke formele ambtelijke spelling (zoals "zoodanig", "den", "Visscherij"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1942). Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening een kritiek punt. Amsterdam had een eigen Wethouder voor de Levensmiddelen om de schaarse goederen zo eerlijk mogelijk te verdelen en woekerprijzen of kwaliteitsverlies tegen te gaan.
De genoemde Visscherijcentrale was een van de vele 'crisis-centrales' die onder toezicht van de bezetter en het Nederlandse departement van Landbouw en Visserij de productie en distributie controleerden. De schaarste leidde vaak tot pogingen van handelaren om de regels te omzeilen, wat de noodzaak voor dergelijke reglementen en deskundig toezicht verklaart. De winstmarge op luxe producten zoals paling werd door de overheid afgeroomd om de distributieorganen te financieren of de prijzen van basisvoedsel te subsidiëren.