Archiefdocument
Origineel
28 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst voor de marktwezen of voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven aantekening rechtsboven: Smit Hr. Jun...(?)]
D/G.
46A/4/21 M
n 2
28 April 1942.
2e Uitvoeringsbesluit
van het Visscherybesluit
1941.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de my met Uw kantbrief d.d. 25 dezer om advies ontvangen stukken No.259 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat het door de Nederlandsche Visschery Centrale ingezonden gewyzigde Uitvoeringsbesluit (het Reglement voor de Verdeeling van visch te Amsterdam) op de hoofdpunten niet afwykt van het vanwege de Gemeente opgestelde concept-Reglement. De artikelen 2 en 3 zyn in het Uitvoeringsbesluit opgenomen, regelende den aanvoer van visch naar Amsterdam; deze artikelen waren in myn concept niet opgenomen, omdat dit concept zich slechts beperkte tot de verdeeling te Amsterdam. Uiteraard bestaat tegen een en ander mynerzijds geen bezwaar. Verder zou ik artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit willen aanvullen onder b. met "standplaatshouders"; het zou dan moeten luiden: "marktkooplieden en standplaatshouders enz." Het is namelyk denkbaar, dat voor enkele vischsoorten byvoorbeeld gerookte aal, verkoop op de vaste standplaatsen buiten de markten zal worden toegestaan. In artikel 8 zou daarom na "marktplaats" moeten worden ingelascht: "of standplaats".
Overigens kan ik my met het onderhavige concept vereenigen. Ik heb mitsdien de eer U te verzoeken my te willen machtigen van een en ander aan de Nederlandsche Visschery Centrale mededeeling te doen, waarbij dan tevens door my omtrent de laatste alinea's van den brief van 23 April jl. overleg met de Centrale kan worden gepleegd.
Naar myn meening houdt een en ander namelyk in, dat op de verdeellysten geen kleinhandelaren in visch mogen voorkomen, die door de Centrale als zoodanig niet zyn georganiseerd.
De Directeur,
--- Deze brief vormt een ambtelijk advies over de regulering van de visdistributie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Harmonisatie: Het door de landelijke 'Nederlandsche Visschery Centrale' (NVC) voorgestelde reglement komt grotendeels overeen met de plannen van de gemeente Amsterdam.
- Toevoeging 'Standplaatshouders': De directeur adviseert om niet alleen marktkooplieden, maar ook houders van vaste standplaatsen (voor producten zoals gerookte paling) expliciet in de regelgeving op te nemen.
- Uitsluiting van niet-georganiseerde handelaren: De laatste paragraaf is cruciaal. De directeur stelt dat alleen handelaren die bij de Centrale (NVC) zijn aangesloten, op de verdeellijsten mogen staan. Dit wijst op een streng gecontroleerde, corporatistische economie waarin vrije handel onmogelijk werd gemaakt.
--- Het document dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strak gereguleerd via een systeem van 'Centrale' organisaties die toezagen op de productie en distributie van schaarse goederen.
De Nederlandsche Visschery Centrale (NVC) was een dergelijk orgaan, opgezet door de bezetter om de volledige controle over de visserijsector te krijgen. De eis dat handelaren "georganiseerd" moesten zijn om op de verdeellijsten voor vis te komen, was een instrument voor uitsluiting. Dit trof niet alleen handelaren die zich niet wilden schikken naar de nieuwe orde, maar was in deze fase van de oorlog ook een methode om Joodse ondernemers systematisch uit de economische keten te verwijderen, aangezien zij vaak niet meer bij dergelijke organisaties mochten zijn aangesloten of hun zaken reeds moesten overdragen. Gemeente Amsterdam Marktwezen