Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekening ("Directeur").
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekening ("Directeur"). 20 mei 1942 Waarschijnlijk een ambtelijke afdeling van de Gemeente Amsterdam (gezien de adressering aan de wethouder). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven]: Directeur
VD/HG.
46A/4/29 M.
20 Mei 1942.
Vischregeling te Amsterdam.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .
Onder verwijzing naar het onderhoud, dat ondergeteekenden op 18 dezer, naar aanleiding van den brief van 8 Mei jl. No.46A/4/24 M. met U mochten hebben, hebben wij de eer U hieronder het resultaat te doen toekomen van het overleg, dat in verband met de uitvoering van de Vischregeling te Amsterdam inmiddels heeft plaatsgehad.
1. Vergoeding aan de deskundigen, die op de Vischmarkt werkzaamheden zullen verrichten.
Ten aanzien van dit punt deelen ondergeteekenden U mede, dat intusschen overleg is gepleegd met den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, waarbij deze Directeur zich ermede heeft vereenigd, dat de onderhavige kosten zullen worden bestreden uit de twee cent per pond vrachtvergoeding, welke van de koopers van levende aal en paling wordt geheven, in dier voege, dat daarvan 1½ cent zal worden bestemd voor de vrachtvergoeding aan de inzenders, terwijl ½ cent zal worden gereserveerd voor diverse onkosten, waaruit dan ook eventueel eenige vergoeding voor bovenbedoelde werkzaamheden zal worden betaald.
Voor de Gemeente vallen derhalve deze kosten volledig weg.
2. Presentiegeld voor de leden der Verdeelingscommissie.
Ten aanzien van deze vergoeding hebben wij ons op het standpunt gesteld, dat de Gemeente ter zake geen enkele vergoeding zal betalen; zoo noodig zal hieromtrent nog overleg worden gepleegd met den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale.
3. Contrôle op de verkoopsplaatsen.
Alle kleinhandelaren, (met uitzondering van degenen, die een vischwinkel of vischhal drijven, maar met inbegrip van de standplaatshouders buiten de markten), die uit de verdeeling visch betrekken, moeten met hun geheelen handel, dus ook met de vischsoorten, welke ze niet uit de verdeeling [document breekt hier af] Dit document betreft de administratieve en financiële afhandeling van de zogenaamde "Vischregeling" in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Financiering van expertise: De kosten voor deskundigen op de vismarkt worden niet door de gemeente gedragen, maar verrekend via een heffing van 2 cent per pond op de verkoop van aal en paling. Dit toont een systeem van zelfbedruipende bureaucratie binnen de distributieketen.
- Kostenbesparing voor de gemeente: Er is een duidelijke nadruk op het ontlasten van de gemeentelijke begroting. Zowel de vergoedingen voor deskundigen als het "presentiegeld" (een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen) voor de Verdeelingscommissie worden afgeschoven op externe fondsen of de Nederlandsche Visscherijcentrale.
- Controle en dwang: Het derde punt (hoewel onvolledig) wijst op een streng controlesysteem waarbij kleinhandelaren die deelnemen aan de centrale verdeling, verplicht worden hun gehele handel onder dit regime te brengen. Dit was bedoeld om de zwarte handel tegen te gaan en de volledige controle over de voedselvoorraad te behouden. In mei 1942 was Nederland twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste aan voedsel nam toe en de distributiesystemen werden steeds fijnmaziger en dwingender. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) was een orgaan dat door de bezetter was ingesteld om de gehele visserijsector te controleren, van vangst tot distributie.
De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam opereerde in deze periode onder streng toezicht van de Rijkscommissaris. Het document illustreert de verschuiving van lokale autonomie naar een centraal geleide distributie-economie, waarbij de gemeente Amsterdam probeerde de administratieve lasten en kosten van deze opgelegde systemen te minimaliseren. Het noemen van specifiek "aal en paling" onderstreept het belang van de zoetwatervisserij (bijv. uit het IJsselmeer) voor de voedselvoorziening in de stad, nu de zeevisserij door de oorlogsvoering op de Noordzee grotendeels stil lag.