Ambtsbrief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief).
Origineel
Ambtsbrief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief). 6 augustus 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). De Burgemeester van Diemen. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 46 ^a/4/50 M. 1942 7/8
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw
[Midden:]
Aan
den heer Burgemeester van
D_I_E_M_E_N.
[Linksmidden:]
L.M. 646
-1942-
[Rechtsmidden:]
6 Augustus 1942.
[Inhoud:]
In antwoord op Uw schrijven van 4 Juli j.l.No.2269, bericht ik U, dat ingevolge de bepalingen in het "Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941" de kleinhandelaren, die visch door den afslag alhier toegewezen krijgen, verplicht zijn deze visch te verkoopen op door den Burgemeester van Amsterdam aan te wijzen plaatsen, of in vischwinkels of vischhallen in Amsterdam een en ander met het oog op een zoo goed mogelijke contrôle. De door U genoemde vischkoopman J.v.d.Aarssen, komt op de verdeellijst voor met toewijzingen voor zoetwatervisch, ongepelde garnalen, versche en gerookte aal, welke visch hij op zijn plaats op de markt in de Dapperstraat moet verkoopen.
Het is, in verband met contrôlemoeilijkheden, niet mogelijk van de geschetste regeling af te wijken. Uwerzijds zou den kleinhandelaren in Diemen het advies gegeven kunnen worden zich tot de Nederlandsche Visscherijcentrale te wenden, ten einde rechtstreeks van een grossier toewijzingen te krijgen voor visch, voor verkoop uitsluitend ter plaatse.
vM De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
(get.) J. F. FRANKEN
de Gemeentesecretaris.
[Handgeschreven margelia:]
Links: La
Rechtsonder: 46 A / m.i.m. [?] * Administratieve context: De brief is een formeel antwoord van de gemeente Amsterdam op een verzoek of vraag van de buurgemeente Diemen. Het betreft de handhaving van distributieregels tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar het "Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941". Dit was onderdeel van de bezettingseconomie, waarbij de handel in schaarse goederen (zoals vis) strikt door de overheid werd gereguleerd om zwarte handel te voorkomen en de voedselvoorziening te controleren.
* Controle en Centralisatie: Amsterdam houdt vast aan de regel dat vis die op de Amsterdamse afslag wordt gekocht, ook in Amsterdam verkocht moet worden op aangewezen plekken (zoals de Dapperstraat). Dit vergemakkelijkt de "contrôle" door inspecteurs.
* Specifieke casus: De viskoopman J.v.d. Aarssen wordt expliciet genoemd. Hij mocht handelen in zoetwatervis, garnalen en aal, maar uitsluitend op zijn vaste plek op de Dappermarkt.
* Oplossing voor Diemen: De burgemeester van Amsterdam weigert een uitzondering te maken, maar wijst Diemen op de route via de "Nederlandsche Visscherijcentrale" om via een grossier eigen visvoorraden voor lokale verkoop in Diemen te bemachtigen. * De Bezetting: Het document dateert uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, de ondertekenaar, was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam.
* Voedseldistributie: In deze periode was er sprake van toenemende schaarste. De vissector was gecentraliseerd onder de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). Alles, van vangst tot verkooplocatie, werd door de overheid bepaald.
* Locatie: De Dapperstraat is nog steeds de locatie van een van de bekendste dagmarkten van Amsterdam. De brief illustreert hoe zelfs lokale marktkooplieden verstrikt zaten in complexe, centrale regelgeving die hun bewegingsvrijheid tussen gemeenten beperkte.