Ambtelijke melding / Dienstbrief
Origineel
Ambtelijke melding / Dienstbrief 9 juni 1942 46 A / 4 B / 7. 9/6 '42 / 118 [schuine streep] Ned. Visscherijcentrale
Hiermede heb ik U.E. te berichten,
dat heden door Muuns de Groot, Monnik-
dam, ~~in opdracht van de fa Sterk te Monniken-~~
~~dam~~, 15 kistjes gepelde garnalen aan de fabriek
te dezer stede werden aangevoerd, die
echter bestemd zouden zijn voor Amsterdam.
Blijkens mededeeling van de fa Sterk te Monnikendam
(de pellerij) ~~waren~~ echter 70 % voor Amsterdam en waren 30 %
bestemd voor doorvoer.
Beleefd verzoek ik U E de noodige
maatregelen in dezen te willen nemen en mij
van het resultaat op de hoogte te stellen.
[Ondertekening, mogelijk v.d.S.] De brief betreft een melding van een mogelijke afwijking in de distributie van garnalen. Een transporteur, Muuns de Groot, leverde 15 kistjes gepelde garnalen af bij een fabriek in de stand van de afzender (Monnickendam), terwijl deze lading volgens de administratie of eerste vermoedens voor Amsterdam bestemd was.
Uit nader onderzoek bij de firma Sterk (een bekende garnalenpellerij in Monnickendam) bleek dat de zending gesplitst moest worden: 70% voor de Amsterdamse markt en 30% voor 'doorvoer' (wat in 1942 vaak export naar Duitsland betekende). De doorhalingen in de tekst suggereren dat de schrijver zijn informatie tijdens het opstellen preciseerde. De toon is formeel; de afzender vraagt de controlerende instantie (de Visscherijcentrale) om in te grijpen of de zaak te onderzoeken. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de visserijsector strikt gereguleerd door de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), een samenwerkingsorgaan dat in 1941 werd opgericht om de voedselvoorziening te controleren en de export naar nazi-Duitsland te stroomlijnen.
Monnickendam was destijds een spil in de garnalenindustrie. Omdat voedsel schaars was en alles "op de bon" ging, werd er streng gecontroleerd op transporten om de zwarte handel tegen te gaan en te zorgen dat de vastgestelde quota voor zowel de binnenlandse markt als de Duitse 'behoefte' werden gehaald. Een afwijking van de bestemming, zoals hier beschreven, was in die context een serieuze zaak die direct gemeld moest worden aan de centrale autoriteiten.
Samenvatting
De brief betreft een melding van een mogelijke afwijking in de distributie van garnalen. Een transporteur, Muuns de Groot, leverde 15 kistjes gepelde garnalen af bij een fabriek in de stand van de afzender (Monnickendam), terwijl deze lading volgens de administratie of eerste vermoedens voor Amsterdam bestemd was.
Uit nader onderzoek bij de firma Sterk (een bekende garnalenpellerij in Monnickendam) bleek dat de zending gesplitst moest worden: 70% voor de Amsterdamse markt en 30% voor 'doorvoer' (wat in 1942 vaak export naar Duitsland betekende). De doorhalingen in de tekst suggereren dat de schrijver zijn informatie tijdens het opstellen preciseerde. De toon is formeel; de afzender vraagt de controlerende instantie (de Visscherijcentrale) om in te grijpen of de zaak te onderzoeken.
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de visserijsector strikt gereguleerd door de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), een samenwerkingsorgaan dat in 1941 werd opgericht om de voedselvoorziening te controleren en de export naar nazi-Duitsland te stroomlijnen.
Monnickendam was destijds een spil in de garnalenindustrie. Omdat voedsel schaars was en alles "op de bon" ging, werd er streng gecontroleerd op transporten om de zwarte handel tegen te gaan en te zorgen dat de vastgestelde quota voor zowel de binnenlandse markt als de Duitse 'behoefte' werden gehaald. Een afwijking van de bestemming, zoals hier beschreven, was in die context een serieuze zaak die direct gemeld moest worden aan de centrale autoriteiten.