Archiefdocument
Origineel
18 februari 1942 Ariseering
Vischmarkt.
A'dam, 18/2 1942
W.h.M. 46A/5/6M [in rode inkt]
28/2/42/106 [diagonaal geschreven]
Naar aanleiding van de
mij in afschrift gezonden brief
van den Befehlshaber der S.P. und
des SD enz. dd. 6/2 jl. No 1058 Z.M. 41
i.z. de ariseering der Vischmarkt
heb ik de eer U te berichten, dat
hier blijkbaar [doorgehaald: bij mij] een misverstand
is ontstaan, aangezien de
Duitsche Autoriteiten (de Vischmarkt
blijkbaar [doorgehaald: kennelijk] van meening zijn dat
een kleinhandelsmarkt is. De
Vischmarkt is echter, evenals de C.M.
een verzamelplaats (een afgesloten
terrein) waar groothandelaren en
kleinhandelaren elkaar treffen en
waar ook de gem. afslag is gevestigd.
Ik moge aan Uw oordeel overlaten
of een en ander aanleiding geeft om
deze aangelegenheid bij de betrokken
autoriteiten te verduidelijken.
Indien dit het geval
is [doorgehaald: ontkennend zou], dan moet de onderhavige
brief als een afwijzing op het des-
betreffende voorstel worden beschouwd
en dan zou aan Joden geen * Kernboodschap: De schrijver (waarschijnlijk een gemeentelijke functionaris in Amsterdam) wijst op een categoriseringsfout door de Duitse bezetter. De Duitsers beschouwen de Vismarkt als een 'kleinhandelsmarkt' (consumentenmarkt), terwijl het volgens de schrijver een groothandelslocatie en veilingterrein is, vergelijkbaar met de Centrale Markt (C.M.).
* Administratieve correctie: De tekst bevat diverse doorhalingen en correcties (zoals 'blijkbaar' in plaats van 'kennelijk'), wat wijst op een zorgvuldige formulering in een politiek gevoelige context.
* Juridische/Beleidsmatige nuance: Door de Vismarkt te definiëren als een "afgesloten terrein" voor groothandel in plaats van een publieke markt, wordt gepoogd de reikwijdte van de ariseringsmaatregelen (het uitsluiten van Joden van economische activiteit) te preciseren of technisch te beïnvloeden.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "Ik moge aan Uw oordeel overlaten"). Dit document stamt uit februari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland door de nazi's drastisch werden opgevoerd. 'Arisering' was het proces waarbij Joodse eigenaren uit hun bedrijven werden gezet en Joden werden uitgesloten van marktactiviteiten en het economisch leven.
De betrokkenheid van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD onderstreept dat deze economische maatregelen direct onder het repressieve politieapparaat van de SS vielen. De discussie over het type markt (kleinhandel versus groothandel) is typerend voor de bureaucratische manier waarop de Jodenvervolging werd uitgevoerd: definities bepaalden wie wanneer van welke locatie werd verbannen. De onvoltooide laatste zin ("en dan zou aan Joden geen") suggereert dat de toegang voor Joden tot dit specifieke terrein ter discussie stond.