Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 279
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk memorandum / handgeschreven brief.

Origineel

Ambtelijk memorandum / handgeschreven brief. [Linkerbovenhoek]
onderwerp:
Klacht [onleesbaar, wsch: Betreffende]
handel i.z. handel
in visch door Joden.

[Middenboven]
48/W/5/10 47/42/178

[Rechterbovenhoek]
W. e. m. [Wilt u een minuut?]

[Hoofdtekst]
Onder terugzending van het met Uwe kantteekening d.d. 1 Juli j.l. onder no. 592/CR. om advies ontvangen stuk, heb ik de eer U het volgende te berichten.

Voorzoover Joodsche handelaren in het bezit van zoetwatervisch (w.v. aal en paling) of garnalen komen, moeten zij die langs ~~sluikwegen~~ illegale weg verkregen hebben, omdat deze artikelen voor Amsterdam alleen via den Gemeentelijken afslag worden verdeeld ~~worden~~, waar de ~~levering~~ voor Joden verboden is. Hiertegen kan dus door de politie worden opgetreden.
(en het overig opsporingspersoneel)

De zeevisch wordt (zoolang hiertoe geen max. prijzen zijn vastgesteld en deze dus niet in de verdeeling valt) grootendeels buiten de vischmarkt om verhandeld. Daar wel een verbod bestaat om Joden tot de ~~stads~~ vischafslagen (o.a. IJmuiden) toe te laten, maar geen verbod om aan Joodsche handelaren te verkoopen, kunnen deze door de Arische grossiers die op bedoelde afslag koopen, worden voorzien.

Om ~~bij~~ de Joden den handel in zeevisch ~~onmogelijk~~ te maken met de sanctie zou de levering aan Joden moeten worden verboden hetgeen dan voor het gehele land zou gelden; ~~terwijl~~ tenzij de Beauftragte ~~voor Amsterdam~~ de maatregel zou kunnen treffen, dat voor de Joden in Amsterdam de handel in visch algeheel verboden wordt. In dit geval kan door politie en andere instanties o.m. op de plaatsen waar ~~visch wordt~~ zeevisch wordt aangevoerd, zooals het Centraal Station, worden opgetreden.

[Onderaan]
DS [Paraaf]

[Linkermarge]
Voor de Heer Hoofdrecherche

--- Dit document is een ambtelijk advies over de handhaving van anti-Joodse maatregelen op de vismarkt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de tekst draait om het dichten van 'mazen' in de regelgeving:

  1. Zoetwatervis en garnalen: Hier is de controle al sluitend volgens de schrijver. Omdat deze via de Gemeentelijke Afslag gaan en Joden daar verboden zijn, is elk bezit door Joden per definitie illegaal (verkregen via "illegale weg"). De politie kan hier direct optreden.
  2. Zeevis: Dit vormt een probleem voor de bezetter/collaborerende instanties. Omdat er voor zeevis nog geen maximumprijzen zijn, valt het buiten de officiële distributie. Hoewel Joden niet op de afslagen (zoals IJmuiden) mogen komen, kunnen ze de vis nog steeds legaal kopen van "Arische grossiers".
  3. De oplossing: De schrijver stelt voor om de levering aan Joden landelijk te verbieden, óf de "Beauftragte" (de Duitse toezichthouder) een specifieke verordening te laten uitvaardigen die alle vishandel door Joden in Amsterdam verbiedt. Dit zou de politie de macht geven om bij logistieke knooppunten zoals het Centraal Station partijen vis in beslag te nemen.

De toon is strikt zakelijk en technocratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de economische uitsluiting van de Joodse bevolking administratief werd afgehandeld.

--- Dit document bevindt zich in de context van de economische uitsluiting (Entjudung) van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 werden Joden stelselmatig geweerd uit diverse beroepsgroepen en markten.

De genoemde "Beauftragte" verwijst naar de Duitse functionarissen die door het Rijkscommissariaat (Seyss-Inquart) waren aangesteld om toezicht te houden op de Nederlandse steden en provincies. In Amsterdam was dit Hans Böhmcker. Het document illustreert de nauwe samenwerking tussen de Nederlandse bureaucratie (in dit geval de recherche/politie en de marktdiensten) en de Duitse bezettingsautoriteiten om de vervolging en isolatie van Joden te intensiveren. De focus op het Centraal Station als controlepunt laat zien hoe de fysieke bewegingsvrijheid en voedselvoorziening van Joden actief werd ingeperkt.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over de handhaving van anti-Joodse maatregelen op de vismarkt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de tekst draait om het dichten van 'mazen' in de regelgeving:

  1. Zoetwatervis en garnalen: Hier is de controle al sluitend volgens de schrijver. Omdat deze via de Gemeentelijke Afslag gaan en Joden daar verboden zijn, is elk bezit door Joden per definitie illegaal (verkregen via "illegale weg"). De politie kan hier direct optreden.
  2. Zeevis: Dit vormt een probleem voor de bezetter/collaborerende instanties. Omdat er voor zeevis nog geen maximumprijzen zijn, valt het buiten de officiële distributie. Hoewel Joden niet op de afslagen (zoals IJmuiden) mogen komen, kunnen ze de vis nog steeds legaal kopen van "Arische grossiers".
  3. De oplossing: De schrijver stelt voor om de levering aan Joden landelijk te verbieden, óf de "Beauftragte" (de Duitse toezichthouder) een specifieke verordening te laten uitvaardigen die alle vishandel door Joden in Amsterdam verbiedt. Dit zou de politie de macht geven om bij logistieke knooppunten zoals het Centraal Station partijen vis in beslag te nemen.

De toon is strikt zakelijk en technocratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de economische uitsluiting van de Joodse bevolking administratief werd afgehandeld.


Historische Context

Dit document bevindt zich in de context van de economische uitsluiting (Entjudung) van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 werden Joden stelselmatig geweerd uit diverse beroepsgroepen en markten.

De genoemde "Beauftragte" verwijst naar de Duitse functionarissen die door het Rijkscommissariaat (Seyss-Inquart) waren aangesteld om toezicht te houden op de Nederlandse steden en provincies. In Amsterdam was dit Hans Böhmcker. Het document illustreert de nauwe samenwerking tussen de Nederlandse bureaucratie (in dit geval de recherche/politie en de marktdiensten) en de Duitse bezettingsautoriteiten om de vervolging en isolatie van Joden te intensiveren. De focus op het Centraal Station als controlepunt laat zien hoe de fysieke bewegingsvrijheid en voedselvoorziening van Joden actief werd ingeperkt.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6