Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 12 maart 1942 P. Vrees Sr. (per order D. Haelman), Korte Prinsengracht 25 I, Amsterdam Den Heer ter Haar, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam Nº 46^A / 21/7 M. 1942 13/3 [stempel]
Amsterdam 12 Maart 1942
Aan,
Den Heer ter Haar
Jan v. Galenstr. 14
Amsterdam.
w.g. Insp [aantekening in marge]
Mijnheer,
Naar aanleiding van een schrijven van den Heer directeur v/h Marktwezen, d.d. 9 Mrt j.l. nr. 46 A/21/2 M, deelt ondergetekende (P. Vrees Sr Korte Prinsengr: 25^I Alhier) U mede, dat hetgeen genoemde heer hem schrijft op een misverstand berust. Hij maakt U er n.l. op attent, dat P. Vrees Jr (zijn zoon), die in de van Woustraat een winkel heeft, inderdaad van den heer Griffioen heeft gekocht en er altijd koopt, omdat hem dit is toegestaan.
Ondergetekende, echter, P. Vrees Sr betrekt de voor de verdeeling in aanmerking komende visch van de Gemeentelijke afslag. Bedoeld schrijven was dus ten onrechte aan hem gericht.
Hij verzoekt U derhalve intrekking van het besluit, omdat zulks op een vergissing berust.
Tevens maakt hij er U op attent, dat zijn huisnummer niet 38 huis, maar 25^I is.
Hoogachtend,
p.o. P Vrees
D Haelman De kern van de brief is een bezwaar tegen een administratieve beslissing van de Dienst voor het Marktwezen. Er is sprake van een persoonsverwisseling tussen vader (P. Vrees Sr.) en zoon (P. Vrees Jr.). De inspectie dacht blijkbaar dat de afzender (Sr.) onrechtmatig vis kocht bij een zekere heer Griffioen.
De schrijver legt uit dat:
1. Zijn zoon (P. Vrees Jr.) inderdaad bij Griffioen koopt, wat hem is toegestaan.
2. De vader (P. Vrees Sr.) zijn vis volgens de regels betrekt via de Gemeentelijke Afslag.
3. Er een foutieve adresregistratie is (huisnummer 25^I in plaats van 38).
De brief is een formeel verzoek om een besluit ("intrekking van het besluit") te herzien dat gebaseerd is op deze foutieve aannames. De brief is gedateerd op 12 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd door middel van distributiestelsels en toewijzingen om de voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel tegen te gaan.
De Dienst voor het Marktwezen hield streng toezicht op waar handelaren hun goederen inkochten. Een "misverstand" over de herkomst van goederen kon in die tijd ernstige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, zoals het intrekken van vergunningen of toewijzingen. De formele toon en de noodzaak om de verwarring tussen vader en zoon direct op te helderen, onderstrepen de ernst van de bureaucratische controle in oorlogstijd.