Ambtelijk dossierstuk / minuut (concept) van een uitgaande brief.
Origineel
Ambtelijk dossierstuk / minuut (concept) van een uitgaande brief. [Linksboven in gedrukt kader]
B I J B L A D / V A N:
M. No. $46^A / 28 / 2$ 1942
DOORGEZONDEN: $25/2 - '42$
[Rechtsboven handgeschreven]
Behoort tot handelsrisico - lijst
niet op deze weg door gemeente
27-2-42
[paraaf]
[Midden handgeschreven]
Aan Joh. Sterk moet m. i. worden bericht
dat de door hem geleden schade, niet door
gem. middelen kan worden vergoed.
2-3-42
[handtekening]
46 A / 28 / 2 5/3/42 VT
[Onderaan handgeschreven concept-brief]
A'dam 4/3 '42
Naar aanleiding van uw brief dd
23 Febr. jl. bericht ik u, dat de door u geleden
schade ~~moet worden~~ [daarboven in rood:] behoort gerekend ~~te behooren~~ [daaronder in rood:] te worden
tot de handelsrisico's; dezerzijds bestaat
geen enkele aanleiding op uw verzoek tot
schadeloosstelling in te gaan.
[paraaf]
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratieve verwerking van een verzoek om schadevergoeding door een burger, Joh. Sterk. De ambtelijke molen is in de tekst goed zichtbaar:
1. Registratie: Op 25 februari 1942 komt de zaak binnen (stempel linksboven).
2. Beoordeling: Op 27 februari wordt intern vastgesteld dat de schade onder het "handelsrisico" valt en niet door de gemeente vergoed zal worden.
3. Besluitvorming: Op 2 maart volgt de instructie om Sterk hiervan op de hoogte te stellen.
4. Redactie: De onderste sectie is de 'minuut' (concept) van de brief die op 4 maart is opgesteld. De rode doorstalingen en toevoegingen tonen hoe de tekst werd aangescherpt voor de definitieve verzending. De zinsnede "moet worden gerekend te behooren" is veranderd in het formelere "behoort gerekend te worden". Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1942). In deze tijd kampten veel ondernemers en burgers met schade als gevolg van oorlogshandelingen, vorderingen of de economische gevolgen van de bezettingsmaatregelen.
De gemeente Amsterdam hanteerde een strikt beleid waarbij claims vaak werden afgewezen met de kwalificatie "handelsrisico". Dit was een juridische term om aan te geven dat de schade voortvloeide uit normale economische onzekerheden (ook in oorlogstijd) en de overheid derhalve niet aansprakelijk was. Het document is een typerend voorbeeld van de afstandelijke en bureaucratische wijze waarop de lokale overheid in die jaren met de noden van burgers omging. M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document is een administratieve verwerking van een verzoek om schadevergoeding door een burger, Joh. Sterk. De ambtelijke molen is in de tekst goed zichtbaar:
1. Registratie: Op 25 februari 1942 komt de zaak binnen (stempel linksboven).
2. Beoordeling: Op 27 februari wordt intern vastgesteld dat de schade onder het "handelsrisico" valt en niet door de gemeente vergoed zal worden.
3. Besluitvorming: Op 2 maart volgt de instructie om Sterk hiervan op de hoogte te stellen.
4. Redactie: De onderste sectie is de 'minuut' (concept) van de brief die op 4 maart is opgesteld. De rode doorstalingen en toevoegingen tonen hoe de tekst werd aangescherpt voor de definitieve verzending. De zinsnede "moet worden gerekend te behooren" is veranderd in het formelere "behoort gerekend te worden".
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1942). In deze tijd kampten veel ondernemers en burgers met schade als gevolg van oorlogshandelingen, vorderingen of de economische gevolgen van de bezettingsmaatregelen.
De gemeente Amsterdam hanteerde een strikt beleid waarbij claims vaak werden afgewezen met de kwalificatie "handelsrisico". Dit was een juridische term om aan te geven dat de schade voortvloeide uit normale economische onzekerheden (ook in oorlogstijd) en de overheid derhalve niet aansprakelijk was. Het document is een typerend voorbeeld van de afstandelijke en bureaucratische wijze waarop de lokale overheid in die jaren met de noden van burgers omging.