Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 23 februari 1942. M. Kwaan Jr., Westerstraat 53 III (Amsterdam). Commissie van visverdeeling van de Gemeentelijke Visafslag. [Bovenaan, met rood/blauw potlood:]
afwijzen 46A/20
[Rechtsboven:]
2/3/42 88
23-2-1942.
[Adressering:]
Aan den Commissie van visverdeeling van de
Gem: Visafslag [Stempel: Nº 46A/20 // M. 1942]
[Inhoud:]
Mijne heeren ondergeteekende verzoekt om
verhooging van vistoewyzing aan de Gem: Visafslag.
Mocht u volgens de visscherei central of Kamer
van Koophandel te werk gaan, wil ik u hier-
bij mededeelen als dat de desbetreffende papieren
ik heb moeten vullen dat ik dat jaar in dienst
geweest ben.
Verblijf ik Hoogachtend
M. Kwaan. Jr.
Westerstraat 53 III In deze brief verzoekt de heer M. Kwaan Jr. om een verhoging van zijn vis-toewijzing. De brief is geschreven in een zakelijke, doch ietwat kromme stijl die kenmerkend is voor de periode ("als dat de desbetreffende papieren ik heb moeten vullen").
De kern van zijn argument lijkt te liggen in zijn status tijdens een specifiek jaar waarin hij "in dienst" (waarschijnlijk militaire dienst of de arbeidsdienst) was. Hij verwijst naar de 'visscherei central' (Visserijcentrale) en de Kamer van Koophandel als de instanties die de regels voor distributie bepalen.
De ambtenaar die de brief heeft behandeld, heeft bovenaan kortweg genoteerd: "afwijzen". Dit duidt erop dat het verzoek niet is gehonoreerd, wat in de context van de schaarste tijdens de bezettingsjaren vaker voorkwam. Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen om tekorten te beheersen.
De "Commissie van visverdeeling" speelde een cruciale rol in het toewijzen van de schaarse aanvoer van vis aan handelaren en winkeliers. De Visafslag fungeerde hierbij als centraal punt voor de regulering. Het adres van de afzender, de Westerstraat 53 in de Amsterdamse Jordaan, was destijds een buurt met veel kleine zelfstandigen en handelaren die zwaar getroffen werden door de beperkende economische maatregelen van de bezetter. De vermelding "in dienst geweest ben" kan een poging zijn om aan te tonen dat hij door zijn afwezigheid (bijvoorbeeld door mobilisatie) een achterstand had opgelopen in zijn handelsrechten. M. Kwaan Kamer van Koophandel
Samenvatting
In deze brief verzoekt de heer M. Kwaan Jr. om een verhoging van zijn vis-toewijzing. De brief is geschreven in een zakelijke, doch ietwat kromme stijl die kenmerkend is voor de periode ("als dat de desbetreffende papieren ik heb moeten vullen").
De kern van zijn argument lijkt te liggen in zijn status tijdens een specifiek jaar waarin hij "in dienst" (waarschijnlijk militaire dienst of de arbeidsdienst) was. Hij verwijst naar de 'visscherei central' (Visserijcentrale) en de Kamer van Koophandel als de instanties die de regels voor distributie bepalen.
De ambtenaar die de brief heeft behandeld, heeft bovenaan kortweg genoteerd: "afwijzen". Dit duidt erop dat het verzoek niet is gehonoreerd, wat in de context van de schaarste tijdens de bezettingsjaren vaker voorkwam.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen om tekorten te beheersen.
De "Commissie van visverdeeling" speelde een cruciale rol in het toewijzen van de schaarse aanvoer van vis aan handelaren en winkeliers. De Visafslag fungeerde hierbij als centraal punt voor de regulering. Het adres van de afzender, de Westerstraat 53 in de Amsterdamse Jordaan, was destijds een buurt met veel kleine zelfstandigen en handelaren die zwaar getroffen werden door de beperkende economische maatregelen van de bezetter. De vermelding "in dienst geweest ben" kan een poging zijn om aan te tonen dat hij door zijn afwezigheid (bijvoorbeeld door mobilisatie) een achterstand had opgelopen in zijn handelsrechten.