Zakelijke correspondentie / brief
Origineel
Zakelijke correspondentie / brief 18 april 1942 A’dam 18/4 1942
[Rode inkt: 46 A / 33/3 | 21/4/42 (geparafeerd)]
Mijnheer,
Naar aanleiding van Uw brief dd. 23 Febr. jl. deel ik U mede, dat de ingezonden goederen door deze afslag voor en ten behoeve van de inzenders worden verkocht.
Volgens dezerzijds bij de N.S. ingewonnen informaties is het risico van het transport voor rekening van verzenders, die in geval van manco’s bij de N.S. moet reclameeren.
Ik ben bereid in voorkomende gevallen een en ander te Uwer behoeve bij de spoorwegen te verzorgen, indien U mijn dienst hiertoe machtiging verleent.
Ik wijs U er echter op, dat dit reclameeren slechts mogelijk zijn indien sporen van braak aan het materiaal worden geconstateerd.
[Onderschrift/Paraaf] In deze brief reageert de schrijver op een schrijven van 23 februari van dat jaar. De kern van de brief betreft de aansprakelijkheid bij transport van goederen die via een "afslag" (veiling) worden verkocht.
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Status van de goederen: De goederen worden verkocht namens de inzenders.
2. Risicoaansprakelijkheid: Uit informatie van de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) blijkt dat het transportrisico bij de verzender ligt.
3. Klachtenprocedure: Bij vermissingen ("manco’s") moet de verzender zelf een claim indienen bij de N.S.
4. Aanbod tot bemiddeling: De schrijver biedt aan om deze claims namens de geadresseerde af te handelen, mits daar een machtiging voor wordt gegeven.
5. Voorwaarde voor claims: Er wordt uitdrukkelijk gewaarschuwd dat de N.S. alleen claims in behandeling neemt als er fysieke bewijzen van diefstal of openbreken ("braak") aan de verpakking of wagons zichtbaar zijn. Het document is gedateerd in april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de logistiek via het spoor complex en onderhevig aan strenge controles, maar ook aan diefstal door schaarste.
De term "afslag" duidt op een veilingwezen. Hoewel de brief een algemeen zakelijk karakter heeft, werden er in deze periode op grote schaal goederen verhandeld en geveild die afkomstig waren uit inbeslagnames (waaronder Joods bezit via de Liro-bank of de 'M-Aktion'). Hoewel dit document niet expliciet vermeldt over welke goederen het gaat, past de formele, bureaucratische toon bij de afwikkeling van goederenstromen in oorlogstijd. De administratieve krabbels in de marge suggereren dat de brief onderdeel was van een groter dossier in een archief van een overheidsinstantie of een groot veilinghuis. Liro
Samenvatting
In deze brief reageert de schrijver op een schrijven van 23 februari van dat jaar. De kern van de brief betreft de aansprakelijkheid bij transport van goederen die via een "afslag" (veiling) worden verkocht.
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Status van de goederen: De goederen worden verkocht namens de inzenders.
2. Risicoaansprakelijkheid: Uit informatie van de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) blijkt dat het transportrisico bij de verzender ligt.
3. Klachtenprocedure: Bij vermissingen ("manco’s") moet de verzender zelf een claim indienen bij de N.S.
4. Aanbod tot bemiddeling: De schrijver biedt aan om deze claims namens de geadresseerde af te handelen, mits daar een machtiging voor wordt gegeven.
5. Voorwaarde voor claims: Er wordt uitdrukkelijk gewaarschuwd dat de N.S. alleen claims in behandeling neemt als er fysieke bewijzen van diefstal of openbreken ("braak") aan de verpakking of wagons zichtbaar zijn.
Historische Context
Het document is gedateerd in april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de logistiek via het spoor complex en onderhevig aan strenge controles, maar ook aan diefstal door schaarste.
De term "afslag" duidt op een veilingwezen. Hoewel de brief een algemeen zakelijk karakter heeft, werden er in deze periode op grote schaal goederen verhandeld en geveild die afkomstig waren uit inbeslagnames (waaronder Joods bezit via de Liro-bank of de 'M-Aktion'). Hoewel dit document niet expliciet vermeldt over welke goederen het gaat, past de formele, bureaucratische toon bij de afwikkeling van goederenstromen in oorlogstijd. De administratieve krabbels in de marge suggereren dat de brief onderdeel was van een groter dossier in een archief van een overheidsinstantie of een groot veilinghuis.