Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 26 februari 1942. Klaas Jelle Hakvoort, Palingrookerij te Urk. De Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). No.46A/34/1 M.1942 5/3 AFSCHRIFT.
No.263 L.M.1942.
Urk, 26 Febr.1942.
Aan den WelEd.Achtbaren Heer
Burgemeester van Amsterdam.
WelEd.Achtbare Heer,
Met de meest verschuldigde eerbied wil ondergeteekende
beleefd Uw aandacht vragen voor het volgende.
Door een nieuwe regeling van de Nederlandsche Visscherij-
centrale te Den Haag worden verschillende vischhandelaren op
Urk verplicht een zeker percentage van hun toewijzing aan
de Gem.Vischmarkt te Amsterdam te leveren zoowel witvisch
als levende paling, doch naar aanleiding van de levering van
paling zou ondergeteekende zeer bescheiden U het volgende
willen verzoeken.
Daar de levering van versche paling vanaf Urk zijns
inziens op groote moeilijkheden zal stuiten aangaande het
vervoer , daar er voor zulk een gering kwantum haast geen
vaste boot kan varen afgezien van de vraag of deze boot één
of twee keer per week zal kunnen afvaren dit hangt dan geheel
van de aanvoer af.
Doch daar ondergeteekende in het afgeloopen jaar de ar-
beiders van verschillende groote fabrieken onder andere
N.V.Werkspoor, Droogdokmaatschappij, Verkade (waarvan de
meeste in Amsterdam woonachtig zijn) en nog andere, gerookte
paling leverde tegen een prijs, die beneden de vastgestelde
lag, zoo moest hij steeds door de geweldige vraag honderden
arbeiders te leurstellen.en werkte hij niet alleen zeer in
't belang van de voedselvoorziening van Uw stad maar werkte
hij tevens tegen de zwarte handel, welke met schandalig
hooge prijzen werkt. daarom wil hij U beleefd verzoeken of
hij de paling van Urk welke voor Amsterdam bestemd is hier
in ontvangst zou mogen nemen en in gerookte toestand hetzij
rechtstreeks of door tusschenkomst van een hem bekende klein-
handelaar aan deze fabrieken te mogen leveren.
Hiermede is de eventueele contrôle zeer eenvoudig zoowel
op de prijs of aflevering eventueel zal van het totale weke-
lijksche bedrag marktgeld betaald kunnen worden.
Daar de Directies van verschillende fabrieken van dit
verzoek op de hoogte gebracht zijnde, het slagen hiervan
zouden toejuichen, wil ondergeteekende met de meeste beleefd-
heid Uw medewerking voor deze zaak vragen.
In de meeste hoogachting, afwachtend teekent hij,
Uw.dw.dnr.
w.g.Klaas Jelle Hakvoort,
Palingrookerij, Urk. In deze brief verzoekt palingroker Klaas Jelle Hakvoort uit Urk de burgemeester van Amsterdam om een uitzondering op de distributieregels van de Nederlandsche Visscherijcentrale. De kern van zijn betoog is drieledig:
- Logistieke bezwaren: Het vervoer van levende paling van Urk naar de Amsterdamse vismarkt is inefficiënt. Vanwege de kleine hoeveelheden is er geen vaste bootverbinding, wat de versheid en leveringszekerheid in gevaar brengt.
- Sociale rechtvaardigheid: Hakvoort beroept zich op zijn staat van dienst. Hij leverde het voorgaande jaar gerookte paling aan arbeiders van grote Amsterdamse bedrijven (Werkspoor, ADM, Verkade) tegen prijzen die lager lagen dan de officieel vastgestelde prijzen.
- Bestrijding van de zwarte handel: Door de paling direct in gerookte vorm aan de fabrieken te leveren, wil hij voorkomen dat de vis in het illegale circuit terechtkomt, waar woekerprijzen worden gevraagd. Hij stelt voor dat de verschuldigde marktgelden voor de stad Amsterdam gewoon voldaan zullen worden, zodat de gemeente geen inkomsten misloopt. De brief dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gereguleerd door de overheid via distributiestelsels en centrale organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale.
De genoemde bedrijven — Werkspoor (machine- en wagonbouw), de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij (ADM) en Verkade — waren essentiële industrieën. De directies van deze bedrijven hadden er groot belang bij dat hun personeel goed gevoed bleef om de productie op peil te houden. Vaak probeerden zij via "eigen" kanalen extra voedsel voor hun arbeiders te regelen buiten de officiële rantsoenen om.
De brief illustreert de spanning tussen de bureaucratische, gecentraliseerde distributie vanuit Den Haag en de praktische, lokale oplossingen die ondernemers zochten om zowel hun bedrijf draaiende te houden als bij te dragen aan de voedselvoorziening van de werkende bevolking. De verwijzing naar de "zwarte handel" was een krachtig argument, aangezien de overheid (zowel de Nederlandse administratie als de bezetter) hier fel tegen optrad.