Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 429
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier).

14 maart 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Voedselvoorziening of een aanverwante gemeentelijke afdeling).

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier). 14 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Voedselvoorziening of een aanverwante gemeentelijke afdeling). (Bovenaan handgeschreven in potlood: extra)

VD/HG.

46A/34/2 M.
1
14 Maart 1942.

Adres Kl.Jelle Hakvoort
inzake vischverdeeling.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3 dezer om advies ontvangen stuk No.263 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat adressant zich, als groothandelaar in visch, zal hebben te onderwerpen aan de door de Nederlandsche Visscherijcentrale voor de levering van visch aan de Gemeente Amsterdam vast te stellen bepalingen; uitzonderingen hierop kunnen naar mijn meening niet worden toegelaten aangezien daardoor de geheele, in voorbereiding zijnde, regeling in gevaar zou worden gebracht.

Ik merk overigens op, dat het rooken van aal en paling te zijner tijd zal kunnen geschieden na ter zake bekomen goedkeuring van de Nederlandsche Visscherijcentrale. Het leveren der visch zal, zooals ik hierboven reeds vermeldde moeten geschieden volgens de thans bij de Nederlandsche Visscherijcentrale in behandeling zijnde richtlijnen dat wil zeggen via de officieele voor de Gemeente Amsterdam in te stellen "verdeeling" aan de kleinhandelaren.

Het spreekt vanzelf, dat bij dit stelsel geen sprake meer kan zijn van een bevoorrechting van personeel van groote ondernemingen, doordat groote partijen visch via de verdeeling rechtstreeks aan personeelsvereenigingen e.d. zouden worden geleverd. Het algemeen belang brengt mijns inziens mede, dat hieraan van de zijde van de Gemeente geen medewerking wordt verleend.

Ik geef U beleefd in overweging den adressant te doen berichten, dat er voor de Gemeente geen aanleiding bestaat aan zijn verzoek te voldoen.

De Directeur, * Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder om het verzoek van de vishandelaar Jelle Hakvoort af te wijzen. Hakvoort wilde waarschijnlijk een uitzonderingspositie of specifieke toewijzing van vis buiten de reguliere kanalen om.
* Centralisatie: Het document benadrukt de rol van de Nederlandsche Visscherijcentrale. Dit was een orgaan dat tijdens de bezetting de gehele vissector controleerde. De brief maakt duidelijk dat individuele handelaren zich strikt moeten voegen naar de centrale richtlijnen.
* Sociale Rechtvaardigheid (onder oorlogsomstandigheden): Een belangrijk punt in de brief is het tegengaan van "bevoorrechting". In tijden van schaarste probeerden personeelsverenigingen van grote bedrijven vaak rechtstreeks partijen voedsel op te kopen voor hun medewerkers. De directeur blokkeert dit hier expliciet in het "algemeen belang", om te zorgen dat de beperkte voorraad vis eerlijk via de kleinhandel (winkels) wordt verdeeld onder alle burgers.
* Bureaucratische toon: De brief is geschreven in een zeer formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de Nederlandse administratie in de jaren '40. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Maart 1942 was een periode waarin de schaarste aan voedsel en andere goederen steeds nijpender werd en het distributiestelsel (de "bonkaarten") steeds fijnmaziger en strenger werd georganiseerd.

De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een typisch voorbeeld van de zogenaamde "Ordening" van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter. Het doel was om de volledige productie en distributieketen te beheersen, zowel om de eigen bevolking op een minimumniveau te voeden als om goederen naar Duitsland te kunnen exporteren. In de context van Amsterdam (zoals blijkt uit de tekst) betekende dit dat de gemeente de instructies van deze centrale organen nauwgezet moest uitvoeren om de orde en de voedselvoorziening in de stad te handhaven. Het verzoek van Hakvoort werd gezien als een risico voor dit fragiele evenwicht.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder om het verzoek van de vishandelaar Jelle Hakvoort af te wijzen. Hakvoort wilde waarschijnlijk een uitzonderingspositie of specifieke toewijzing van vis buiten de reguliere kanalen om.
  • Centralisatie: Het document benadrukt de rol van de Nederlandsche Visscherijcentrale. Dit was een orgaan dat tijdens de bezetting de gehele vissector controleerde. De brief maakt duidelijk dat individuele handelaren zich strikt moeten voegen naar de centrale richtlijnen.
  • Sociale Rechtvaardigheid (onder oorlogsomstandigheden): Een belangrijk punt in de brief is het tegengaan van "bevoorrechting". In tijden van schaarste probeerden personeelsverenigingen van grote bedrijven vaak rechtstreeks partijen voedsel op te kopen voor hun medewerkers. De directeur blokkeert dit hier expliciet in het "algemeen belang", om te zorgen dat de beperkte voorraad vis eerlijk via de kleinhandel (winkels) wordt verdeeld onder alle burgers.
  • Bureaucratische toon: De brief is geschreven in een zeer formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de Nederlandse administratie in de jaren '40.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Maart 1942 was een periode waarin de schaarste aan voedsel en andere goederen steeds nijpender werd en het distributiestelsel (de "bonkaarten") steeds fijnmaziger en strenger werd georganiseerd.

De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een typisch voorbeeld van de zogenaamde "Ordening" van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter. Het doel was om de volledige productie en distributieketen te beheersen, zowel om de eigen bevolking op een minimumniveau te voeden als om goederen naar Duitsland te kunnen exporteren. In de context van Amsterdam (zoals blijkt uit de tekst) betekende dit dat de gemeente de instructies van deze centrale organen nauwgezet moest uitvoeren om de orde en de voedselvoorziening in de stad te handhaven. Het verzoek van Hakvoort werd gezien als een risico voor dit fragiele evenwicht.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6