Doorslag (doorschrijfkopie) van een officiële brief.
Origineel
Doorslag (doorschrijfkopie) van een officiële brief. 14 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherij-centrale). [Handgeschreven:] verzonden 14/4
[Rechtsboven:] HG.
[Adresblok:]
den Heer Chr.Bakker,
3e Goudsbloemdwarsstraat 4 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
46A/61/2 M. [midden:] 14 April 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Maart jl. deel ik U
mede, dat na onderzoek door de door de Visscherij-centrale ingestel-
de Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van zoet-
watervisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke afwijzing op een verzoek van de heer Chr. Bakker. Bakker had op 20 maart 1942 een verzoek ingediend voor een "toewijzing van zoetwatervisch". Een commissie die was ingesteld door de Visscherij-centrale heeft dit verzoek onderzocht en geoordeeld dat hij hiervoor niet in aanmerking komt. De toon van de brief is kort, formeel en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor officiële correspondentie uit die periode. De brief bevat diverse administratieve kenmerken zoals een wijknummer (Wijk 9), dossiernummers en een verzendnotitie. Het document dateert van april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Visscherij-centrale speelde een centrale rol in de regulering en verdeling van visproducten. Omdat veel voedsel op de bon was of simpelweg niet beschikbaar was voor de vrije handel, moesten aanvragen voor grotere hoeveelheden of specifieke toewijzingen via officiële instanties lopen. De afwijzing aan de heer Bakker uit de Amsterdamse Jordaan (3e Goudsbloemdwarsstraat) illustreert hoe de overheid (onder toezicht van de bezetter) strikte controle hield op de voedselvoorziening en wie wel of geen recht had op schaarse middelen zoals zoetwatervis.
Samenvatting
Deze brief is een zakelijke afwijzing op een verzoek van de heer Chr. Bakker. Bakker had op 20 maart 1942 een verzoek ingediend voor een "toewijzing van zoetwatervisch". Een commissie die was ingesteld door de Visscherij-centrale heeft dit verzoek onderzocht en geoordeeld dat hij hiervoor niet in aanmerking komt. De toon van de brief is kort, formeel en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor officiële correspondentie uit die periode. De brief bevat diverse administratieve kenmerken zoals een wijknummer (Wijk 9), dossiernummers en een verzendnotitie.
Historische Context
Het document dateert van april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. De Visscherij-centrale speelde een centrale rol in de regulering en verdeling van visproducten. Omdat veel voedsel op de bon was of simpelweg niet beschikbaar was voor de vrije handel, moesten aanvragen voor grotere hoeveelheden of specifieke toewijzingen via officiële instanties lopen. De afwijzing aan de heer Bakker uit de Amsterdamse Jordaan (3e Goudsbloemdwarsstraat) illustreert hoe de overheid (onder toezicht van de bezetter) strikte controle hield op de voedselvoorziening en wie wel of geen recht had op schaarse middelen zoals zoetwatervis.