Handgeschreven zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief. 10 maart 1942. M. Luijsten (vermoedelijk), Commelinstraat 119, Amsterdam (Oost). [Rechtsboven:]
No 464/63/1 M. 1942 13/4
10 Maart 1942.
[Middenboven:]
afw [doorgehaald]
A. dam
[Hoofdtekst:]
M. H.
Onderget[eekende] heeft tot U het verzoek
gericht hem een toewijzing te doen toekomen
voor zoetwatervis.
Op grond van het feit dat ik in 1938-1939
geen zoetwatervis had verkocht, zoo schreef
U, kwam ik daarvoor niet in aanmerking.
Ik doe U nu een verklaring van mij
leverancier toekomen waaruit duidelijk
blijft dat ik in 1938-1939 wel zoetwatervis
heb verkocht.
In de hoop dat dit alsnog aanleiding
voor U zal mogen zijn mijn beleefd
verzoek in te willigen teeken ik
Hoogachtend.
M. Luijsten
Commelinstraat 119
A. dam. (oost)
[Onderaan in rood potlood:]
46A/63/2/17
14/4/42 HB De brief is een zakelijk verzoekschrift waarin de afzender bezwaar maakt tegen een eerdere afwijzing van een "toewijzing" (handelsvergunning of quota) voor zoetwatervis. De kern van het geschil is de bewijsvoering over de bedrijfsactiviteiten in de jaren 1938-1939. De instantie stelde dat de afzender toen geen zoetwatervis verkocht; de afzender weerlegt dit door een verklaring van zijn leverancier mee te sturen. Het taalgebruik is formeel en respectvol, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het handschrift is een vlot maar duidelijk leesbaar cursief. De diverse nummers en aantekeningen duiden op een zorgvuldige administratieve verwerking door de ontvangende instantie. Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiestelsel voor vrijwel alle levensmiddelen en grondstoffen. Om de handel te reguleren en schaarste te beheersen, moesten ondernemers aantonen dat zij reeds vóór de oorlog (referentiejaren 1938-1939) in de betreffende goederen handelden om in aanmerking te komen voor toewijzingen. De Commelinstraat, gelegen in de Dapperbuurt in Amsterdam-Oost, was een buurt met veel kleine zelfstandige winkeliers en handelaren die hard werden getroffen door deze bureaucratische beperkingen. H.
Samenvatting
De brief is een zakelijk verzoekschrift waarin de afzender bezwaar maakt tegen een eerdere afwijzing van een "toewijzing" (handelsvergunning of quota) voor zoetwatervis. De kern van het geschil is de bewijsvoering over de bedrijfsactiviteiten in de jaren 1938-1939. De instantie stelde dat de afzender toen geen zoetwatervis verkocht; de afzender weerlegt dit door een verklaring van zijn leverancier mee te sturen. Het taalgebruik is formeel en respectvol, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het handschrift is een vlot maar duidelijk leesbaar cursief. De diverse nummers en aantekeningen duiden op een zorgvuldige administratieve verwerking door de ontvangende instantie.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiestelsel voor vrijwel alle levensmiddelen en grondstoffen. Om de handel te reguleren en schaarste te beheersen, moesten ondernemers aantonen dat zij reeds vóór de oorlog (referentiejaren 1938-1939) in de betreffende goederen handelden om in aanmerking te komen voor toewijzingen. De Commelinstraat, gelegen in de Dapperbuurt in Amsterdam-Oost, was een buurt met veel kleine zelfstandige winkeliers en handelaren die hard werden getroffen door deze bureaucratische beperkingen.