Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 12 april 1942 Een ongenoemde marktkoopman (de "ondergetekende") Directeur van het Kantoor Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (West) No 90/i/1 M. 1942 13/4 [stempel/notitie]
Juist [handgeschreven]
Amsterdam, 12 April 1942.
Den WelEd. Heer Directeur van het Kantoor Marktwezen,
Amsterdam (West)
Jan v. Galenstraat 14.
WelEd. Heer,
Hierbij bevestig ik den goeden ontvangst van Uw schrijven d. d. 2 April, waarin U mij mededeelde, dat vanaf 4 dezer geen stallen meer gezet zullen worden op de markt Mosplein door den stallenzetter J. Brand.
Ik dank U bij dezen hartelijk voor de genomen moeite mij dit tijdig te doen weten.
Verders kwam Uw waarschuwing wegens niet geregeld bezetten van de vaste plaats Mosplein d. d. 9 April in mijn bezit.
Dat ik deze markt niet geregeld heb bezocht, komt omdat door den strengen winter ik die markten heb bezocht, waar meer beschutting tegen koude en wind was.
Daar het mij tevens te bezwaarlijk is een dichte stal met mijn handel van de markt Albert Cuypstraat naar de markt Mosplein te verplaatsen wou ik U beleefd willen verzoeken de toegekende plaats Mosplein te willen intrekken.
Daar ik alleen voor de marktdag Zaterdag 11 dezer marktgeld verschuldigd ben, sluit ondergeteekende hierbij f 0.15 aan marktgeld bij; tevens zijn legitimatiekaart.
o.s. betaald H.K. Kwit. No 391 13/4/42 [gevolgd door initialen] Het document is een zakelijke correspondentie van een Amsterdamse marktkoopman aan het Kantoor Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het opzeggen van een vaste standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.
De schrijver voert twee redenen aan voor het verzuim en de uiteindelijke opzegging:
1. Weersomstandigheden: Door de "strengen winter" verkoos de koopman markten met meer beschutting.
2. Logistieke zwaarte: Het verplaatsen van een "dichte stal" (een overdekte of zware marktkraam) van de Albert Cuypmarkt naar het Mosplein was fysiek of financieel te belastend ("te bezwaarlijk").
De brief is zeer beleefd van toon en eindigt met de afhandeling van openstaande schulden: de betaling van 15 cent marktgeld voor één dag en het inleveren van de legitimatiekaart, wat nodig was voor het beëindigen van de officiële standplaatsvergunning. * De Winter van 1941-1942: De schrijver refereert aan de "strengen winter". Dit was historisch gezien een van de koudste winters van de 20e eeuw in Nederland, wat voor marktkooplui die buiten werkten extreme omstandigheden betekende.
* Locaties: De Mospleinmarkt in Amsterdam-Noord en de Albert Cuypmarkt in Zuid waren (en zijn) belangrijke handelsplaatsen. Het transport tussen deze twee locaties in 1942, waarschijnlijk met hand- of paardenkar, was inderdaad een flinke onderneming, zeker over het IJ.
* Tijdsgeest: Hoewel de brief uit april 1942 stamt, een periode van bezetting, ademt het document puur de dagelijkse, bureaucratische realiteit van de stedelijke marktadministratie. Het Kantoor Marktwezen aan de Jan van Galenstraat was gevestigd bij de Centrale Markthallen. H.K. Kwit J. Brand Marktwezen