Inspectierapport / Dienstbrief
Origineel
Inspectierapport / Dienstbrief 21 september 1942 Waarschijnlijk een marktinspecteur (ondertekening lijkt "A. Sijbesma") De Inspecteur (waarschijnlijk de hoofdinspecteur van de Marktwezen) Inschrijven
Rapport
Nog steeds zijn garnalen, zoetwatervisch en ook zeevisch op het IJplein een slecht te verkoopen artikel. Het aanwezige publiek vraagt aal en wanneer dat er niet is, neemt een gedeelte wat zoetwatervisch - zeevisch of wat garnalen en dan is de markt leeg en staan de kooplui met hun handel onverkocht. Bij warm of broeiweer blijkt reeds dat, wanneer de koopwaar op hun oude vertrek ingaat, dat zij gauw bedorven zijn. Tot op heden komt er weinig publiek op de markt. In "Noord" is men nog niet aan een vischmarkt gewend. Een van de grootste oorzaken is m. i. ook wel de groote afstanden en de slechte verbindingen. Dan bereiken mij vrij geregeld klachten, dat de vischaal te veel water bevat. Zoover ik heb kunnen nagaan is hoe de aal zoo toegevoegd wordt heb ik nog niet geconstateerd. Hetgeen ik heb hier contrôle op doen houden. Ik heb mij een paar maal naar de vischhal begeven en de aal daar ook tamelijk nat aangetroffen.
Aan den Heer Inspecteur.
Amsterdam,
21 September 1942.
(w.g.) A. Sijbesma Dit rapport uit september 1942 schetst de moeizame exploitatie van de vismarkt op het IJplein in Amsterdam-Noord tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Consumptievoorkeur en Onverkochte Waar: Er is een sterke disbalans tussen vraag en aanbod. Het publiek is vrijwel uitsluitend geïnteresseerd in aal (paling). Bij gebrek hieraan wordt de rest van de visvoorraad (garnalen, zoetwater- en zeevis) nauwelijks verkocht, wat leidt tot verliezen voor de kooplui.
- Houdbaarheidsproblemen: De inspecteur merkt op dat de vis bij warm weer snel bederft ("bedorven zijn"), wat hij koppelt aan de opslagomstandigheden of het transport ("oude vertrek").
- Logistiek en Gewenning: De markt in Amsterdam-Noord kampt met een lage opkomst. De inspecteur wijst op de "groote afstanden" en "slechte verbindingen" (waarschijnlijk de afhankelijkheid van de pontverbindingen over het IJ) en het feit dat de bewoners van Noord nog niet gewend zijn aan een lokale vismarkt.
- Kwaliteitsfraude: Een cruciaal onderdeel van het rapport betreft de klachten over "te natte" aal. Het nat houden of toevoegen van water was een bekende methode om het gewicht (en dus de prijs bij schaarste) kunstmatig te verhogen. De inspecteur bevestigt deze waarneming na eigen onderzoek in de vishal. Het document dateert uit een periode van toenemende schaarste tijdens de Duitse bezetting. Vis was in 1942 een van de weinige eiwitbronnen die (hoewel ook gerantsoeneerd) soms nog buiten de strengste vleesbonnen om te verkrijgen was, wat de grote vraag naar aal verklaart.
De lokatie op het IJplein in Amsterdam-Noord is saillant; in deze periode werden markten vaak gereguleerd of verplaatst. De opmerking over "slechte verbindingen" is historisch accuraat: door brandstoftekorten en vorderingen voeren de IJ-ponten in die tijd minder frequent, waardoor Noord voor bewoners uit andere stadsdelen lastig bereikbaar was. De klachten over de kwaliteit van de aal illustreren de "surrogaatcultuur" en de creatieve (vaak illegale) manieren waarop handelaren probeerden te overleven in een distributie-economie. A. Sijbesma Marktwezen