Afschrift van een brief.
Origineel
Afschrift van een brief. 8 juli 1942. Joodsche Raad voor Amsterdam (ondertekend door Prof. Dr. D. Cohen). De Burgemeester van Amsterdam. A f s c h r i f t .
JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM . .
No. 632 L.M.1942 6/7.
No. 977/2/2 M.1942 977.
Den Heer Burgemeester van
Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
Edelachtbare Heer,
Nu een 20-tal Joodsche sigarenmakers, die in het Halgebouw op de Centrale Markt hun werkplaats hadden, den toegang tot dit marktterrein is verboden, heeft de Joodsche Raad voor hen een nieuwe werkplaats moeten zoeken. Deze is thans gevonden.
Teneinde deze menschen het voortbestaan mogelijk te maken, moge ik U beleefd verzoeken, wel te willen bevorderen, dat hun het onontbeerlijke materiaal (banken, werktafels, stoelen, droogkasten enz.) waarover zij tot nu toe op de Centrale Markt konden beschikken, worde afgestaan, om niet, of tegen een geringe vergoeding.
Gaarne zie ik Uw toestemmend antwoord tegemoet met eenig bericht omtrent dag en uur, dat deze materialen door hen mogen worden gehaald.
U bij voorbaat dankend voor Uw medewerking in deze, teeken ik,
met de meeste hoogachting,
w.g. Prof.Dr.D.Cohen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch-en Schbonmaak, Bad-en Zwemin-
richtinggn stelt deze in handen van den
Directeur van het Marktwezen om advies.
A’dam, 8 Juli 1942. In deze brief verzoekt David Cohen, mede-voorzitter van de Joodsche Raad, de burgemeester van Amsterdam om hulp voor een groep van ongeveer twintig Joodse sigarenmakers. Omdat Joden de toegang tot de Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was ontzegd, konden zij hun ambacht daar niet langer uitoefenen. De Joodsche Raad heeft een nieuwe locatie gevonden, maar de arbeiders hebben geen gereedschap of meubilair.
De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd ("Edelachtbare Heer", "beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de correspondentie van de Raad in die tijd. Onderaan de brief is te lezen dat het verzoek door de betreffende wethouder voor advies is doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen. Opvallend zijn de typefouten in de onderste ambtelijke nota ("Schbonmaak" in plaats van Schoonmaak en "richtinggn" in plaats van richtingen), wat duidt op de haast of de administratieve druk van die periode. De datum van de brief, 8 juli 1942, is historisch zeer significant. Dit was slechts één week voordat de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen (via kamp Westerbork) officieel begonnen op 15 juli 1942.
Het document illustreert de schrijnende situatie van de Joodse bevolking in Amsterdam: zij werden stapsgewijs uit het openbare en economische leven verbannen. De Centrale Markt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening en handel, en het toegangsverbod voor Joden was een van de vele isolatiemaatregelen van de Duitse bezetter. De Joodsche Raad probeerde in deze periode door middel van dergelijke verzoeken nog enige vorm van economische zelfstandigheid en "voortbestaan" voor de getroffenen te organiseren, terwijl de mazen van het net zich razendsnel sloten. De sigarenmakerij was traditioneel een sector waarin veel Amsterdamse Joden werkzaam waren. D. Cohen Marktwezen