Officieel reglement/voorschrift (pagina 2).
Origineel
Officieel reglement/voorschrift (pagina 2). -2-
-
Indien de wijkvergunninghouder door een geldige reden verhinderd is aan het onder 4 dezer voorwaarden bepaalde te voldoen, is hij verplicht, hiervan onmiddellijk kennis te geven aan den voor zijn gemeente aangewezen contrôleur voor den ophaaldienst, of, bij diens ontstentenis, aan den inspecteur voor den ophaaldienst in het rayon, waartoe de gemeente van den wijkvergunninghouder behoort, terwijl hij tevens dient zorg te dragen, dat zijn wijk alsdan door een anderen vergunninghouder bezocht wordt.
-
Bij verandering van woonplaats (waaronder begrepen is verhuizing binnen de gemeente) moet hiervan binnen 3 dagen kennis gegeven worden aan den Directeur van het Rijksbureau voornoemd.
-
Bij vertrek uit de gemeente, waarin de wijkvergunninghouder thans zijn woonplaats heeft, vervalt de vergunning van rechtswege.
-
Aan de door het Rijksbureau voornoemd aan den wijkvergunninghouder verleende vergunning kunnen te allen tijde nadere voorwaarden en beperkingen verbonden worden.
-
De door het Rijksbureau voornoemd aan den wijkvergunninghouder verleend vergunning kan te allen tijde worden ingetrokken. De intrekking geschiedt door schriftelijke kennisgeving daarvan aan den betrokkene.
-
De wijkvergunninghouder is verplicht al het door het Rijksbureau aan hem verstrekte propagandamateriaal huis aan huis te bezorgen in de hem toegewezen wijk.
-
De wijkvergunninghouder is VERPLICHT alle door hem ingezamelde of opgekochte oude materialen en afvalstoffen TE VERKOOPEN EN AF TE LEVEREN AAN door het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen erkende tusschenhandelaren gevestigd in district No.15.
Het is echter in afwijking hiervan, geoorloofd oude metalen, gebroken glas en menschelijk haar te verkoopen en af te leveren aan handelaren, die ingevolge de geldende bepalingen der Rijksbureaux, waaronder oude metalen, gebroken glas en menschelijk haar ressorteeren, tot aankoop van die afvalstoffen gerechtigd zijn, ook wanneer die handelaren buiten dat district gevestigd zijn.
Eveneens blijft voorlopig toegestaan verkoop aan diegenen, die een vergunning als thuiszittend kleinhandelaar bezitten, doch slechts aan thuiszittende kleinhandelaren, die in hetzelfde districh woonachtig zijn.
Verkoop van oud papier, lompen en oude rubber aan tusschenhandelaren en/of aan thuiszittende kleinhandelaren BUITEN GEMELD DISTRICT is derhalve VERBODEN.
De Directeur van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen,
voor dezen: de Secretaris:
w.g. Mr. W. Huynen. Dit document bevat de gedetailleerde voorschriften voor een 'wijkvergunninghouder', een persoon die gemachtigd is om herbruikbare materialen en afvalstoffen in te zamelen. De tekst legt de nadruk op strikte controle en logistieke discipline:
* Meldingsplicht: Verhuizingen of afwezigheid wegens overmacht moeten direct gemeld worden aan de autoriteiten (art. 10-11).
* Propaganda: De inzamelaar heeft ook een rol in de informatievoorziening door propagandamateriaal huis-aan-huis te verspreiden (art. 15).
* Economische sturing: De meest cruciale bepaling (art. 16) dwingt de inzamelaar om de goederen alleen te verkopen aan door de staat erkende tussenhandelaren binnen een specifiek district (No. 15). Hiermee hield de overheid volledige controle over de grondstoffenstroom.
* Menschelijk haar: Opvallend is de vermelding van 'menschelijk haar' als recyclebare afvalstof, wat duidt op extreme schaarste aan grondstoffen.
* Taalgebruik: Het gebruik van de 'naamvals-n' (den voor zijn gemeente) en spellingen zoals 'districh' (waarschijnlijk een typefout voor district) en 'tusschenhandelaren' is kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document is vrijwel zeker afkomstig uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog was er een enorm tekort aan grondstoffen. De bezetter richtte verschillende 'Rijksbureaux' op om de distributie en recycling van schaarse goederen (zoals metalen, papier, textiel en rubber) centraal te reguleren.
Het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen" speelde een centrale rol in de 'uiterste benutting' van alles wat als grondstof kon dienen. De inzameling door wijkvergunninghouders was een manier om ook de kleinste hoeveelheden bij particulieren thuis op te halen. De vermelding van 'menschelijk haar' is hier een grimmig maar historisch accuraat voorbeeld van; haar werd onder andere gebruikt voor de fabricage van vilt en industriële garens. De strikte verdeling in districten zorgde ervoor dat er geen vrije handel ontstond en alle materialen in de gecontroleerde oorlogseconomie terechtkwamen. W. Huynen Rijksbureau