Doorslag van een officiële brief van de marktmeester/directeur van de markthandel.
Origineel
Doorslag van een officiële brief van de marktmeester/directeur van de markthandel. 20 maart 1942. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 20/3
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Gestempeld/Getypt, rechtsboven:] HG.
Mw. de Wed. H. Vierra-Polak,
1e Van der Helststraat 40 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
103/25/2 M. 20 Maart 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer verleen ik U hierbij gedurende twee maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Gaaspstraat te bezetten.
U dient er evenwel zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële toestemming aan mevrouw Vierra-Polak om haar marktplaats op de markt aan de Gaaspstraat gedurende twee maanden niet te bezetten. Er wordt echter expliciet bij vermeld dat de betalingsverplichting (het marktgeld) blijft bestaan en wekelijks voldaan moet worden.
* Terminologie: "Dezer" verwijst naar de huidige maand (maart). "Na dato dezes" betekent vanaf de datum van dit schrijven.
* Geadresseerde: De geadresseerde is Henriëtte Vierra-Polak (1894-1943), een weduwe woonachtig in de Pijp. De achternaam Polak duidt op een Joodse achtergrond, wat essentieel is voor de historische context van dit document. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds strenger.
* De Joodse Markten: De markt in de Gaaspstraat (vlakbij de Weesperzijde) was een van de speciaal door de bezetter aangewezen "Joodse markten". Vanaf najaar 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog op deze aangewezen locaties staan en mochten Joodse burgers alleen daar hun inkopen doen.
* Betekenis: Dat mevrouw Vierra-Polak uitstel aanvraagt voor het bezetten van haar kraam in een tijd van toenemende isolatie en vervolging is veelzeggend. Veel Joodse Amsterdammers konden door ziekte, financiële nood of de constante dreiging van razzia's hun nering niet meer naar behoren uitoefenen. Uit archiefstukken (o.a. Joods Monument) blijkt dat Henriëtte Vierra-Polak later in 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document vormt een administratief spoor van de bureaucratische afhandeling van het leven van een Joodse burger aan de vooravond van de grootschalige deportaties. H. Vierra