Officieel rapport met bijgevoegd afschrift.
Origineel
Officieel rapport met bijgevoegd afschrift. [Linksboven, handgeschreven/gestempeld:]
No. 26/8/1 M. 1943 $^{21}/_{7}$
[Midden:]
R A P P O R T
-----------------
J.M. Engels, geboren 11 Mei 1895, wonende le Jacob van Campenstraat 66/II alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in ~~xro~~ groente en fruit. Hij verklaart drie jaar onafgebroken in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn als personeel bij den kleinhandelaar C. Heitz, die een standplaats heeft op de dagmarkt in de Albert Cuypstraat alhier. Door Chef-Marktopzichter van Moerkerken, die tot voor kort dienst deed op genoemde dagmarkt, werd mij medegedeeld, dat Engels inderdaad de laatste jaren veelal bij of met Heitz samen werkte en op zijn eigen standplaats(Engels heeft namelijk sinds Juni 1942 een standplaats in de Albert Cuypstraat) groente heeft verkocht. Eenig bewijs waaruit kan blijken dat hij als personeel in dienst is geweest bij Heitz, staat Engels niet ten dienste. Voor zoover kon worden nagegaan heeft Engels na December 1941 geen toegang meer gehad tot de Centrale Markt. Voordien heeft hij toegang gehad als expediteur. Tevens wijs ik er op, dat Engels in December 1941 een aanvrage om een erkenning heeft ingezonden, welke aanvrage eveneens door mij is behandeld. Een afschrift van het destijds opgemaakt rapport gaat hierbij.
[Links:]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Rechts:]
Amsterdam 20 Juli 1943
Controleur,
[Signatuur: B. Felthuis]
[Midden:]
Afschrift
J.M. Engels, oud 46 jaar en wonende le Jacob van Campenstraat 66 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groente en fruit. Hij verklaart ongeveer twee en een half jaar als vervoerder van groente en fruit in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn geweest. Als zoodanig zou hij in hoofdzaak hebben gewerkt voor D, Heitz die eenige jaren en tot December 1941 een vaste standplaats heeft gehad op de dagmarkt in de Alb: Cuypstr: De Marktopzichter Bakker, dienstdoende op genoemde dagmarkt, verkla klaarde mij Engels meerdere malen aan de stal van Heitz te hebben gezien, doch aangezien Heitz geen toestemming had zich door iemand te laten bijstaan, Engels steeds geweerd. Heitz verklaarde mij, dat Engels reeds eenige jaren bij hem als lossenknecht in dienst is geweest, namelijk om zijn groente van de Centrale Markt naar zijn standplaats vervoeren en om zoogenaamde~~x~~ uitbrengklanten te bedienen. Eenig bewijs hiervoor staat Engels evenwel niet ten dienste. Ten slotte vermeld ik nog, dat Engels sinds Januari 1941 toegang heeft tot de Centrale Markt als expediteur, terwijl hij de laatste weken voor eigen rekening een plaas heeft bezet op de dagmarkt aan de Alb: Cuypstraat voor de verkoop van groente, welke door hem op de Centrale Markt wordt gekocht. Hieruit blijkt, dat Engels geen expediteur meer is. Toegangskaart voor de Centrale Markt van Engels gaat hierbij.
[Rechtsonder:]
Amsterdam 16 December 1941
Controleur,
w.g. B. Felthuis.
[Linksonder, handgeschreven potloodnotitie:]
26/8/2
doorzenden
met afschr. rap.
Felth. naar
v.g.e. Dit document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse marktcontroleur B. Felthuis betreffende de status van J.M. Engels. De kern van de zaak is de verificatie of Engels voldoet aan de eisen voor een officiële erkenning als kleinhandelaar.
- Bewijslast: Er is een duidelijke spanning tussen de verklaring van de aanvrager en de beschikbare bewijzen. Hoewel getuigen (marktopzichters) bevestigen hem gezien te hebben bij de kraam van Heitz, ontbreekt officieel bewijs van loondienst.
- Statusverandering: Het document legt een verschuiving vast in de activiteiten van Engels: van 'expediteur' (vervoerder) en 'lossenknecht' (onofficiële hulp) naar een illegale of ongeautoriseerde eigen standplaats op de Albert Cuypmarkt vanaf 1941/1942.
-
Bureaucratische controle: De herhaling van de aanvraag (1941 en 1943) toont aan hoe streng de controle op de handel was tijdens de oorlogsjaren. Zonder de juiste papieren ("erkenning") had men geen toegang tot de Centrale Markt, de bron van alle handelswaar. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode was de distributie van voedsel en de handel daarin onderworpen aan extreme regulering door zowel de bezetter als de Nederlandse autoriteiten (zoals de Centrale Markt).
-
Distributiestelsel: Een 'erkenning' was cruciaal om legaal te kunnen inkopen en verkopen in een tijd van schaarste en rantsoenering.
- De Albert Cuypmarkt: De Albert Cuyp was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De strikte handhaving door marktopzichters (zoals het verbod op assistentie aan kramen) was deels bedoeld om de handel overzichtelijk te houden voor de fiscus en de distributieautoriteiten.
- Sociale geschiedenis: Het document geeft een inkijkje in de overlevingsstrategieën van kleine zelfstandigen in oorlogstijd, die vaak balanceerden op de grens tussen legale handel, informele arbeid en zwarte markt ("voor eigen rekening een plaas bezet"). B. Felthuis C. Heitz D. Heitz J.M. Engels