Dienstmededeling/Besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling/Besluit van de Gemeente Amsterdam. 25 juni 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (M.F. Franken). In de transcriptie zijn de originele spelling en interpunctie behouden, inclusief typefouten (zoals "Duitscland").
[Stempel linksboven:] No. 84/16/2 M. 1943 [Handgeschreven:] 26/6
[Handgeschreven bovenaan, doorgehaald:] ~~Krijgsgevangen~~
[Midden boven:] G E M E E N T E A M S T E R D A M
[Rechtsboven:] V
ar
No. 100 Arb. 1943 AMSTERDAM, 25 Juni 1943.
[Handgeschreven aantekening rechts:] in l.b. druk / kopie aan d... [onleesbaar]
Bij mijn besluiten van 19 Juni 1942, No. 995 Arb., en 3 October 1942, No. 1610 q Arb., werden eenige voorzieningen getroffen ten aanzien van werklieden en ambtenaren, die van gemeentewege voor tewerkstelling in Duitscland zijn aangewezen en door bemiddeling van het Gewestelijk Arbeidsbureau aldaar zijn te werk gesteld.
Ik heb thans besloten, dat deze besluiten eveneens kunnen worden toegepast op werklieden en ambtenaren, die voor wegvoering in krijgsgevangenschap in aanmerking kwamen, doch inmiddels op hun verzoek in Duitscland werden te werk gesteld en op werklieden en ambtenaren, die krachtens hun leeftijd voor den "arbeidsinzet" zullen worden aangewezen doch deze aanwijzing niet hebben afgewacht, maar zich vrijwillig hebben gemeld en als gevolg daarvan door het Gewestelijk Arbeidsbureau in Duitschland zijn te werk gesteld.
Ik verzoek U wel in voorkomende gevallen hiermede rekening te houden.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: M.F. Franken]
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedrijven.
Arb.Z., Stadhuis
A'dam, 6-1943 Volgnr. 47
[Handgeschreven rechtsonder:] dossier te tewerkstelling d.k. Dit document is een administratieve uitbreiding van de regelingen rondom de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland) voor Amsterdams gemeentepersoneel tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kern van de mededeling is dat ambtenaren die "vrijwillig" naar Duitsland vertrekken, dezelfde (financiële of rechtspositionele) voorzieningen krijgen als degenen die door de gemeente officieel zijn aangewezen. Het betreft hier twee specifieke groepen:
1. Voormalige militairen: In april 1943 werd bevolen dat Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap moesten. Velen probeerden dit te ontlopen door zich aan te melden voor werk in Duitsland.
2. Anticipeerders: Mannen die wisten dat ze vanwege hun leeftijd opgeroepen zouden worden voor de arbeidsinzet en de officiële oproep niet afwachtten, maar zich voortijdig aanmeldden.
Het document illustreert de verregaande medewerking van het Amsterdamse stadsbestuur onder de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte aan de Duitse bezettingsmaatregelen. Door de voordelen van eerdere besluiten uit 1942 ook op deze groepen toe te passen, werd de drempel voor personeel om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken verlaagd. In 1943 nam de druk van de Duitse bezetter om Nederlandse arbeidskrachten in te zetten voor de eigen oorlogseconomie enorm toe. De "vrijwilligheid" waarover in de tekst wordt gesproken, moet in dit licht kritisch worden gezien; het was vaak een keuze tussen kwaad (krijgsgevangenschap of onderduiken) en erger.
Burgemeester Edward Voûte bleef gedurende de bezetting aanvaardbaar voor de Duitsers en voerde hun beleid loyaal uit, hoewel hij geen lid was van de NSB. De ondertekenaar M.F. Franken was de gemeentesecretaris die de bureaucratische continuïteit waarborgde. De stempels en archiefnummers tonen aan hoe strikt de administratieve verwerking van deze politiek beladen personeelszaken was. E.J. Vo M.F. Franken Gemeente Amsterdam NSB Stadhuis