Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam (uittreksel van een officieel besluit).
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam (uittreksel van een officieel besluit). Maandag 27 december 1943. No. 15/90 Arb. 1943.
[Stempel: No. 87/90/1 C.M. 1943 31/12]
[Handgeschreven: 1081 C.M. 1943]
Toekenning gratificatie aan gemeentepersoneel.
[Handgeschreven aantekeningen en parafen in de rechterbovenhoek, o.a. "Marktwegen" of "Markthallen"]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Maandag, 27 December 1943.
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen der achtste verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Afl. 33 No. 152);
B e s l u i t :
I te bepalen, dat aan het geheele gemeentepersoneel een gratificatie ten bedrage van 1/4 maand salaris voor de ambtenaren en een week loon voor de werklieden, te berekenen als onder II aangegeven, zal worden toegekend;
II de hoofden der gemeentelijke diensttakken te machtigen een gratificatie toe te kennen aan alle leden van het personeel van hun diensttak, die op 27 December 1943 hetzij in vasten dan wel in tijdelijken dienst, hetzij als werklieden der gemeentelijke arbeidersreserve, of op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij hun diensttak werkzaam zijn, zulks onder bepaling:
a. dat deze gratificatie voor de ambtenaren zal bedragen 1/4 gedeelte van de bruto-bezoldiging per maand (salaris + kindertoeslag + duurtetoeslag + vaste toeslagen);
b. dat deze gratificatie voor de werklieden zal bedragen één week bruto-loon naar het weekloon, geldend op 27 December 1943, vaste toeslagen, duurtetoeslag en kindertoeslag inbegrepen;
c. dat de op de genoemde gratificatie te heffen loonbelasting voor rekening van de desbetreffende werklieden en ambtenaren zal komen;
C.S. Stadhuis
A'dam 12-'43 No. 97
[Handgeschreven paraaf linksonder] Dit document betreft een formeel besluit tot het verlenen van een eindejaarsuitkering (gratificatie) aan al het personeel van de gemeente Amsterdam aan het eind van het oorlogsjaar 1943.
- Doelgroep: Het besluit is breed geformuleerd en omvat zowel ambtenaren als werklieden, inclusief tijdelijk personeel en de zogenaamde 'arbeidersreserve'.
- Berekeningswijze: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ambtenaren (een kwart maandsalaris) en werklieden (één weekloon). De berekening is inclusief diverse toeslagen, zoals de 'duurtetoeslag' (een compensatie voor de inflatie tijdens de oorlog) en kindertoeslag.
- Fiscale bepaling: Opvallend is bepaling 'c', waarin expliciet wordt vermeld dat de loonbelasting over deze bonus door de werknemers zelf gedragen moet worden.
- Juridische inkadering: De burgemeester legitimeert zijn besluit door te verwijzen naar een verordening van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit toont aan hoe het gemeentebestuur tijdens de bezetting juridisch volledig was ingebed in de nationaalsocialistische machtstructuur. Het document dateert uit december 1943, een periode waarin de bezetting in Nederland steeds grimmiger werd. Tegelijkertijd moest de stad Amsterdam blijven functioneren. De toekenning van een dergelijke gratificatie was essentieel voor het moreel van het grote korps aan gemeentepersoneel, dat te maken had met schaarste en stijgende prijzen.
De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte. Hoewel het besluit een administratieve routine lijkt, illustreert de verwijzing naar het "Verordeningenblad 1941" de directe controle van de Duitse bezetter op zelfs de kleinste financiële handelingen van het lokale bestuur. De terminologie "gemeentelijke arbeidersreserve" verwijst naar de specifieke arbeidsorganisatie die in de oorlogsjaren werd gehanteerd om de werkgelegenheid en inzetbaarheid van arbeiders te reguleren. C.S. Stadhuis Gemeente Amsterdam Stadhuis