Ambtsbrief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Ambtsbrief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 3 april 1943. De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). Extra
SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
8b/7/1 M. 3 April 1943.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtge-
noot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 no. 201
A.P.B. (No. 86 L.M.), heb ik de eer U te berichten,
dat gedurende het eerste kwartaal 1943 bij het Markt-
wezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen,
dien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S. 240) was toe-
gekend.
De Directeur,
[Paraaf S] Dit document is een formele ambtelijke kennisgeving van de Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is een negatieve rapportage: de directeur meldt dat er in het eerste kwartaal van 1943 geen werkzaamheden zijn verricht door personen die al een pensioen ontvingen op basis van de Pensioenwet 1922.
De rapportage wordt gedaan naar aanleiding van een instructie ("missive") uit 1936. Dit wijst op een langlopende administratieve verplichting om toezicht te houden op de inzet van gepensioneerden binnen gemeentelijke diensten. Mogelijk was dit bedoeld om 'dubbele inkomsten' te controleren of om werkgelegenheid te prioriteren voor niet-gepensioneerden. Het document dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gemeentelijke administratie, waaronder die van Amsterdam (gezien de term 'Marktwezen' en de opmaak), bleef gedurende de oorlog grotendeels functioneren onder toezicht van de bezetter.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een uiterst cruciale en moeilijke taak vanwege de toenemende voedselschaarste en het distributiesysteem. Dat dergelijke routinematige administratieve rapportages over pensioenwetgeving simpelweg doorgingen, illustreert de voortzetting van de bureaucratische processen in oorlogstijd. Het verbod op of de controle van de inzet van gepensioneerden kon in deze context ook te maken hebben met de schaarste aan arbeidskrachten of juist het voorkomen van misbruik van overheidsgelden in een tijd van economische crisis. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele ambtelijke kennisgeving van de Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is een negatieve rapportage: de directeur meldt dat er in het eerste kwartaal van 1943 geen werkzaamheden zijn verricht door personen die al een pensioen ontvingen op basis van de Pensioenwet 1922.
De rapportage wordt gedaan naar aanleiding van een instructie ("missive") uit 1936. Dit wijst op een langlopende administratieve verplichting om toezicht te houden op de inzet van gepensioneerden binnen gemeentelijke diensten. Mogelijk was dit bedoeld om 'dubbele inkomsten' te controleren of om werkgelegenheid te prioriteren voor niet-gepensioneerden.
Historische Context
Het document dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gemeentelijke administratie, waaronder die van Amsterdam (gezien de term 'Marktwezen' en de opmaak), bleef gedurende de oorlog grotendeels functioneren onder toezicht van de bezetter.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een uiterst cruciale en moeilijke taak vanwege de toenemende voedselschaarste en het distributiesysteem. Dat dergelijke routinematige administratieve rapportages over pensioenwetgeving simpelweg doorgingen, illustreert de voortzetting van de bureaucratische processen in oorlogstijd. Het verbod op of de controle van de inzet van gepensioneerden kon in deze context ook te maken hebben met de schaarste aan arbeidskrachten of juist het voorkomen van misbruik van overheidsgelden in een tijd van economische crisis.