Dienstbrief (doorslag/archiefkopie)
Origineel
Dienstbrief (doorslag/archiefkopie) 5 juli 1943 De Directeur (van het Marktwezen) Verzonden 5/7
8b/7/2 M. 5 Juli 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
Ter voldoening aan de missive van Uw
Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari
1936 no. 201 A.P.B. (No.86 L.M.), heb ik de eer
U te berichten, dat gedurende het tweede
kwartaal 1943 bij het Marktwezen geen werkzaam-
heden zijn opgedragen aan personen dien
pensioen ex de Pensioenwet 1932 (S.240) was
toegekend.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke "nihil-melding". De directeur van de afdeling Marktwezen rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen dat er in het tweede kwartaal van 1943 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1932) extra werkzaamheden hebben verricht voor de afdeling.
De brief volgt een strikt bureaucratisch protocol, verwijzend naar een eerdere instructie ("missive") uit 1936. De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"). Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke administratie, zelfs midden in de oorlogstijd. De brief is gedateerd op 5 juli 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze tijd een cruciale en zeer moeilijke rol vanwege de schaarste en het ingewikkelde distributiesysteem (de bonnenkaart).
Het feit dat dergelijke rapportages over de inzet van gepensioneerden werden voortgezet, wijst op een strakke controle op arbeid en sociale uitkeringen. Mogelijk was dit bedoeld om te voorkomen dat mensen zowel een pensioen als een salaris van de gemeente ontvingen zonder dat dit geregistreerd stond, wat in tijden van oorlogsschaarste extra streng gecontroleerd werd. De aanduiding "Alhier" geeft aan dat zowel de afzender als de ontvanger binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat (waarschijnlijk Amsterdam) werkzaam waren. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke "nihil-melding". De directeur van de afdeling Marktwezen rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen dat er in het tweede kwartaal van 1943 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet van 1932) extra werkzaamheden hebben verricht voor de afdeling.
De brief volgt een strikt bureaucratisch protocol, verwijzend naar een eerdere instructie ("missive") uit 1936. De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"). Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke administratie, zelfs midden in de oorlogstijd.
Historische Context
De brief is gedateerd op 5 juli 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze tijd een cruciale en zeer moeilijke rol vanwege de schaarste en het ingewikkelde distributiesysteem (de bonnenkaart).
Het feit dat dergelijke rapportages over de inzet van gepensioneerden werden voortgezet, wijst op een strakke controle op arbeid en sociale uitkeringen. Mogelijk was dit bedoeld om te voorkomen dat mensen zowel een pensioen als een salaris van de gemeente ontvingen zonder dat dit geregistreerd stond, wat in tijden van oorlogsschaarste extra streng gecontroleerd werd. De aanduiding "Alhier" geeft aan dat zowel de afzender als de ontvanger binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat (waarschijnlijk Amsterdam) werkzaam waren.