Getypte ambtelijke brief/missive.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/missive. 5 juli 1943. [Links boven, getypt:] 8b/7/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in blauwe inkt:] extra
[Rechts boven, getypt:] 5 Juli 1943. [ruimte] SV.
[Adresregel, getypt:]
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud, getypt:]
Ter voldoening aan de missive van Uw
Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari
1936 no. 201 A.P.B. (No.86 L.M.), heb ik de eer
U te berichten, dat gedurende het tweede
kwartaal 1943 bij het Marktwezen geen werkzaam-
heden zijn opgedragen aan personen dien
pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was
toegekend.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur,
[Onder de tekst, handgeschreven in blauwe inkt:]
3e kwartaal idem
[Links onder, handgeschreven in blauwe inkt:]
8b/7/3 * Afzender en Ontvanger: De brief is afkomstig van de Directeur van het "Marktwezen" (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst) en is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in dezelfde gemeente ("Alhier").
* Doel van het document: Het betreft een formele, periodieke rapportage. De directeur bevestigt dat er in het tweede kwartaal van 1943 geen personen in dienst waren bij zijn afdeling die tegelijkertijd een pensioen ontvingen op basis van de Pensioenwet van 1922.
* Administratieve continuïteit: De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936. Dit duidt erop dat bestaande bureaucratische processen van vóór de oorlog tijdens de bezetting gewoon werden voortgezet.
* Handgeschreven toevoegingen: De aantekening "3e kwartaal idem" suggereert dat dit document later is gebruikt als referentie voor de rapportage van het volgende kwartaal, waarbij de situatie ongewijzigd bleef. Het getal "8b/7/3" linksonder is waarschijnlijk het kenmerk voor het dossier van dat volgende kwartaal. * Historische context: Het document is gedateerd juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Gemeentebestuur in oorlogstijd: Ondanks de bezetting bleef het civiele apparaat van de Nederlandse gemeenten grotendeels functioneren. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van schaarste en rantsoenering cruciaal voor de voedselvoorziening in de stad.
* Controle op uitgaven: In een tijd van economische nood en strikte controle door de bezetter was het nauwkeurig bijhouden van personeelsbestanden en pensioenuitkeringen van groot belang. De regelgeving uit 1922 (S.240) bleef de juridische basis voor pensioenen, en de overheid hield streng toezicht op het voorkomen van 'dubbele' inkomsten (pensioen én salaris) uit publieke middelen.
Samenvatting
- Afzender en Ontvanger: De brief is afkomstig van de Directeur van het "Marktwezen" (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst) en is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in dezelfde gemeente ("Alhier").
- Doel van het document: Het betreft een formele, periodieke rapportage. De directeur bevestigt dat er in het tweede kwartaal van 1943 geen personen in dienst waren bij zijn afdeling die tegelijkertijd een pensioen ontvingen op basis van de Pensioenwet van 1922.
- Administratieve continuïteit: De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936. Dit duidt erop dat bestaande bureaucratische processen van vóór de oorlog tijdens de bezetting gewoon werden voortgezet.
- Handgeschreven toevoegingen: De aantekening "3e kwartaal idem" suggereert dat dit document later is gebruikt als referentie voor de rapportage van het volgende kwartaal, waarbij de situatie ongewijzigd bleef. Het getal "8b/7/3" linksonder is waarschijnlijk het kenmerk voor het dossier van dat volgende kwartaal.
Historische Context
- Historische context: Het document is gedateerd juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Gemeentebestuur in oorlogstijd: Ondanks de bezetting bleef het civiele apparaat van de Nederlandse gemeenten grotendeels functioneren. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van schaarste en rantsoenering cruciaal voor de voedselvoorziening in de stad.
- Controle op uitgaven: In een tijd van economische nood en strikte controle door de bezetter was het nauwkeurig bijhouden van personeelsbestanden en pensioenuitkeringen van groot belang. De regelgeving uit 1922 (S.240) bleef de juridische basis voor pensioenen, en de overheid hield streng toezicht op het voorkomen van 'dubbele' inkomsten (pensioen én salaris) uit publieke middelen.