Officiële ambtelijke missive/brief.
Origineel
Officiële ambtelijke missive/brief. 2 october 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. 8b/7/3 M. [handgeschreven: Verzonden 4/10] 2 October 1943. SV
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ter voldoening aan de missive van Uw
Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari
1936 no. 201 A.P.B. (No.86 L.M.), heb ik de
eer U te berichten, dat gedurende het derde
kwartaal 1943 bij het Marktwezen geen werk-
zaamheden zijn opgedragen aan personen die
pensioen ex de Pensioenwet 1932 (S.240) was
toegekend.
De Directeur, Dit document is een formele rapportage van een gemeentelijke dienst (het Marktwezen) aan de verantwoordelijke wethouder. De tekst is zakelijk en volgt de strikte ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U te berichten").
De kern van de boodschap is een 'nihil-rapportage': er wordt bevestigd dat er in het derde kwartaal van 1943 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet 1932) extra werkzaamheden hebben verricht bij de dienst Marktwezen. Dit soort rapportages was noodzakelijk om toezicht te houden op de uitvoering van pensioenwetgeving en mogelijk om dubbele inkomsten of fraude te voorkomen. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De functietitel "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de schaarste en de distributie (bonkaartenstelsel).
Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt (het opvolgen van een instructie uit 1936), weerspiegelt het de bureaucratische continuïteit van het Nederlandse overheidsapparaat tijdens de bezetting. De referentie naar de "Pensioenwet 1932 (S.240)" duidt op de wettelijke kaders die ook tijdens de oorlogsjaren van kracht bleven voor de administratie van ambtenaren en personeel. Het "Marktwezen" hield zich bezig met het beheer van de markten, wat in oorlogstijd nauw verbonden was met de voedselvoorziening en controle op handel. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele rapportage van een gemeentelijke dienst (het Marktwezen) aan de verantwoordelijke wethouder. De tekst is zakelijk en volgt de strikte ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U te berichten").
De kern van de boodschap is een 'nihil-rapportage': er wordt bevestigd dat er in het derde kwartaal van 1943 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet 1932) extra werkzaamheden hebben verricht bij de dienst Marktwezen. Dit soort rapportages was noodzakelijk om toezicht te houden op de uitvoering van pensioenwetgeving en mogelijk om dubbele inkomsten of fraude te voorkomen.
Historische Context
Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De functietitel "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de schaarste en de distributie (bonkaartenstelsel).
Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt (het opvolgen van een instructie uit 1936), weerspiegelt het de bureaucratische continuïteit van het Nederlandse overheidsapparaat tijdens de bezetting. De referentie naar de "Pensioenwet 1932 (S.240)" duidt op de wettelijke kaders die ook tijdens de oorlogsjaren van kracht bleven voor de administratie van ambtenaren en personeel. Het "Marktwezen" hield zich bezig met het beheer van de markten, wat in oorlogstijd nauw verbonden was met de voedselvoorziening en controle op handel.