Ambtelijke brief (doorslag/carbonkopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/carbonkopie). 6 Januari 1944. De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. 8b/7/4 M. Verzonden 6/1 [handgeschreven]
6 Januari 1944.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
Ter voldoening aan de missive van
Uw Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27
Januari 1936 no.201 A.P.B.(No.86 L.M.), heb
ik de eer U te berichten, dat gedurende het
vierde kwartaal 1943 bij het Marktwezen geen
werkzaamheden zijn opgedragen aan personen
die pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240)
was toegekend.
De Directeur, * Inhoud: In dit document rapporteert de directeur van het Marktwezen aan de wethouder voor Levensmiddelen over de inzet van gepensioneerden. Het is een 'nihil-rapportage' over het vierde kwartaal van 1943; er zijn in die periode geen personen ingezet die een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet 1922.
* Administratieve context: De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936, wat aantoont dat bureaucratische processen en rapportageverplichtingen die vóór de oorlog waren vastgesteld, tijdens de bezetting nauwgezet werden voortgezet.
* Terminologie: "A l h i e r" (met spaties getypt ter benadrukking) duidt aan dat de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevindt. "Ex" wordt hier gebruikt in de juridische zin van "krachtens" of "volgens". Het document stamt uit januari 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de schaarste bleef het gemeentelijk apparaat (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de structuur van het 'Marktwezen') functioneren met een hoge mate van administratieve precisie. Het Marktwezen speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening en distributie. De controle op de inzet van gepensioneerden was waarschijnlijk bedoeld om dubbele inkomsten te voorkomen of om arbeidsplaatsen beschikbaar te houden voor niet-gepensioneerden in een tijd van economische ontwrichting. De genoemde Pensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240) was de vigerende wetgeving voor overheidspensioenen in die tijd. Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: In dit document rapporteert de directeur van het Marktwezen aan de wethouder voor Levensmiddelen over de inzet van gepensioneerden. Het is een 'nihil-rapportage' over het vierde kwartaal van 1943; er zijn in die periode geen personen ingezet die een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet 1922.
- Administratieve context: De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936, wat aantoont dat bureaucratische processen en rapportageverplichtingen die vóór de oorlog waren vastgesteld, tijdens de bezetting nauwgezet werden voortgezet.
- Terminologie: "A l h i e r" (met spaties getypt ter benadrukking) duidt aan dat de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevindt. "Ex" wordt hier gebruikt in de juridische zin van "krachtens" of "volgens".
Historische Context
Het document stamt uit januari 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de schaarste bleef het gemeentelijk apparaat (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de structuur van het 'Marktwezen') functioneren met een hoge mate van administratieve precisie. Het Marktwezen speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening en distributie. De controle op de inzet van gepensioneerden was waarschijnlijk bedoeld om dubbele inkomsten te voorkomen of om arbeidsplaatsen beschikbaar te houden voor niet-gepensioneerden in een tijd van economische ontwrichting. De genoemde Pensioenwet 1922 (Staatsblad no. 240) was de vigerende wetgeving voor overheidspensioenen in die tijd.